Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie
en een andere gedachte over ons bestaan



Geschreven : 25 oktober 2022 (+ in jan. 2024 extra verduidelijkt in blauw)

Evaluatie (hoofdstuk 5) : (1 jaar later) bijgewerkt dec. 2023

Inhoudsopgave:

1.
Inleiding

2.
Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie

3.
Een andere gedachte over ons bestaan

3a.
Kunstmatige intelligentie (AI) (toegevoegd in maart 2024)

3b.
Leven of bewustzijn na de dood (toegevoegd in juli 2024)

3c.
De vierde dimensie (toegevoegd in juli 2024)

4.
Een analyse van de kwantummechanica (doorlopend bijgewerkt in 2024)

5.
Evaluatie, 1 jaar later (bijgewerkt dec. 2023)

1.
Inleiding

Als ik hier over het duivelse USA schrijf, bedoel ik de machthebbers en niet de gewone mensen, die zijn meestal gewillig maar ook erg manipuleerbaar.

De inhoud van beide gerelateerde websites "Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie" (uitgeprint zo’n 100 pagina's tekst) en "Stop het vetorecht in de Verenigde Naties" heeft zo'n 10 jaar op internet gestaan (2012 – maart 2022), waarbij ons mysterieuze bestaan gekoppeld is aan de Verenigde Naties in een persoonlijke poging het leven op onze Aarde aanzienlijk te verbeteren door intense samenwerking. Ik geloof daar sterk in. Uit frustratie doordat het duivelse USA gelukt is een oorlog aan te jagen tussen Rusland en de Oekraïne waarbij de haat tegen Rusland zo groot is geworden, dat we weer 50 jaar terug in de tijd zijn geworpen (later meer uitleg in de Verenigde Naties website), het duivelse USA heel gelukkig, heb ik de gehele inhoud verwijderd met het gevoel dat de Aarde toch een planeet is waar grote achterlijkheid heerst en het mogelijk nog wel 1000 jaren zal duren (of nooit) wil die samenwerking ooit verbeterd worden. Ik had beide domeinen al opgeschoond, alle backups verwijderd, de oorspronkelijke teksten en documentatie zijn definitief verloren, alle studieboeken zijn weggegeven, maar wil achteraf toch nog enige tekst eenmalig toevoegen als afsluiting van dit persoonlijk streven. Ik zal hierna niet meer met de onderwerpen bezig zijn en ben erg blij dat het leven kortdurend is op deze stompzinnige planeet (ben gelukkig al een senior, laat geen kinderen achter dus ben niet direct verantwoordelijk voor hun toekomst, maar maak me wel zorgen over de volgende generaties die eeuw na eeuw steeds dezelfde ellende over zich heen krijgen door het gebrek aan groeiend inzicht). Op dit moment (gaat wel weer over) zie ik enkel idioten om mij heen, een soort halve wilden die mentaal maar op hetzelfde niveau blijven hangen eeuw na eeuw, technisch groeit men wel.

Mijn website "Stop het vetorecht in de Verenigde Naties" is erg anti USA denken (later meer uitleg in die website). Opmerkelijk is dat beide websites altijd bovenaan hebben gestaan op Bing zowel in het Nederlands als het Engels met eenvoudige zoekwoorden. In Google enkel in het Nederlands maar in het Engels nagenoeg onvindbaar, dus heb mijn teksten nooit goed wereldwijd kunnen verspreiden. Ik heb dat met andere kritieke stukjes ook gezien, Google is een publieke machine voor de lokale taal / land. In het Engels is het voornamelijk een publieke machine voor de USA, vandaar dat de inwoners van de USA zelf deze kritieke stukjes niet te lezen krijgen. Net zoals in andere grootmachten dus. Daarom zou alles wat publiekelijk is zoals op internet onder de Verenigde Naties moeten vallen, dan heb je echt de grootst mogelijk te bereiken vrijheid. Maar ja, van de andere kant bezien kun je via ophitsen ook conflicten veroorzaken zoals we bijv. in het Midden-Oosten en Oekraïne hebben gezien. Maar in een Verenigde Naties zonder vetorechten en met wereldleger, is deze kans natuurlijk zeer laag geworden.

2.
Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie

i) Geraadpleegde bronnen zijn het boek "De sublieme eenvoud van relativiteit" van S.B., Wiki diverse informatie, wat wetenschappelijke verslagen, en aangevuld met wat eigen gedachten

In het begin van hoofdstuk 5 is een link te vinden naar de oude inhoud van deze website, gevonden later in 2023 in een web archief.

Alle originele tekst is verloren gegaan, dus ik zal teksten naar boven moeten halen die nog in mijn geheugen zitten. Misschien heeft dit het voordeel dat ik nu mijzelf moet dwingen bepaalde zaken nu korter en bondiger uit te leggen en in een logische volgorde, de inspiratie tot lange uitleg is weg (dus geen gedetailleerde uitleg meer). Dit heeft mogelijk een idee opgeleverd om ook verticale inkrimping te beredeneren, zie tekst (nu begrijp ik ook waarom Einstein inkrimping heeft gevonden met zwaartekrachtgolven, via energietoename, het zit al in de basistheorie). En nogmaals zoals ik het zelf bedacht heb naast feiten uit de relativiteitstheorie en kwantummechanica, of het de waarheid is moeten anderen maar beoordelen, of mogelijk geeft het nieuwe ideeën. Het is nu een korte samenvatting geworden (uitgeprint zo'n 16 pagina's), voor een volledig begrip zoals ik denk, moet deze samenvatting volledig worden gelezen t/m de laatste zin omdat ik steeds wat toevoeg / opbouw.

In 2012 kwam in mij het idee op van het tijdloze, een tijdloze verbinding tussen verstrengelde deeltjes. Het concept van verstrengelde deeltjes in de kwantummechanica is dat het ene deeltje op de Aarde kan zijn, het andere deeltje op Mars, en doordat ze verstrengeld zijn met elkaar kan men een eigenschap van het ene deeltje veranderen die dan onmiddellijk wordt doorgegeven aan het andere deeltje. Men kan dit nog niet verklaren maar mijn idee is dat het een tijdloze verbinding is. Toen ben ik begonnen mij te verdiepen in het concept tijd (duur) in de speciale relativiteitstheorie van Einstein om uiteindelijk dit te ontrafelen in de kwantummechanica. Zoals boven beschreven ben ik helaas op de valreep niet zo ver kunnen komen, en nu is mijn interesse weg. Maar wil wel nu een overzicht geven, en dus doorgeven aan anderen, hoe ik tegen deze zaken nu aankijk, en kort samengevat. Dan is de laatste 10 jaar niet helemaal verloren tijd geweest.

(v = snelheid van een willekeurig object bijv. een raket; c = de lichtsnelheid van 300.000 km / seconde, deze seconde kan ook een vertraagde seconde zijn; of ik geef soms de afstand aan met c = 300.000 km, zodat men met afstand het aantal seconden kan berekenen; met een object bedoel ik materie ter onderscheid van licht wat geen materie is, bestaat uit andere deeltjes; m = de massa van materie, geeft de hoeveelheid materie aan, sinds Einstein is het eigenlijk de hoeveelheid energie, licht bestaat niet uit materie, maar heeft wel energie; tijdvertragingsfactor = √(1 - (v2 / c2)); γ = (1 / √1 - (v2 / c2)); wanneer ik hier een aantal x seconden s noem, dan zijn dat de normale seconden zoals we die kennen, soms is eraan toegevoegd snelle of langzame s, maar dat is enkel om te benadrukken of die seconden uit de snelle of langzame tijd komen, maar het blijven de standaard seconden s)

  • Volgens mij is het uit het niets positieve en negatieve energie ontstaan, waarbij positieve energieën elkaar aantrekken (denk aan de zwaartekracht) en positieve energie en negatieve energie elkaar afstoten. Bij de oerknal is deze energie uit het niets ontstaan waarbij materie (of licht) door de positieve energie gepresenteerd wordt, en ruimte zelf door de negatieve energie wordt gepresenteerd. Dus materie (positieve energie) ondervindt tegenwerking in de ruimte van de negatieve energie die overwonnen moet worden. Niemand weet wat energie is, wel dat het niet verloren kan gaan en alle bewegingen rekenkundig kan verklaren. Positieve energie zit opgeslagen in deeltjes (ruimte bestaat ook uit transparante deeltjes maar met negatieve energie) en tijdens de oerknal is alles in beweging gezet en heeft zodoende alles positieve energie gekregen, zodat dit model rekenkundig klopt. Zoals bekend zijn wijzelf ook constant in beweging via de Aarde die als onderdeel van een stelsel door de ruimte reist als gevolg van de oerknal. Het is mogelijk dat rondom sommige objecten ver in de ruimte meer negatieve energie aanwezig is dan normaal (of gecomprimeerd), zodat de snelheden van die ronddraaiende objecten hoger kunnen zijn dan verwacht. De wet van behoud van energie zegt dat er geen energie verloren kan gaan, en dat blijkt ook uit deze redenering. Als er energie verloren zou gaan, zou de hoeveelheid positieve en negatieve energie niet meer niets zijn samen opgeteld. Het klopt wel als er eenzelfde hoeveelheid positieve en negatieve energie zou verdwijnen. Als het heelal uit zou breiden, dus er komt ruimte bij en dus negatieve energie, lijkt het mij dat er ergens positieve energie bijkomt (mogelijk uit de oerknal en uit het zicht). Ook denk ik dat positieve energie enkel in deeltjesvorm bestaat, dus deeltjes zijn puur positieve energie, alles wat positieve energie kost is altijd een uitwisseling van deeltjes. Neemt de positieve energie van een object toe terwijl het aantal deeltjes gelijk blijft, bijv. een object wat met grote snelheid door de ruimte reist, dan neemt de positieve energie van die deeltjes toe. Bij licht schijnt dit anders te zijn. Licht bestaat uit deeltjes fotonen genoemd, en hebben altijd eenzelfde positieve energie, laat men de energie van een lichtgolf toenemen op de een of andere manier, dan neemt het aantal deeltjes ofwel fotonen toe, dus de energie per foton blijft altijd hetzelfde. Maar als licht ontstaat op een bewegend object, zal de energie van een foton iets hoger zijn dan als dat object stilstaat. Dit maakt later duidelijk waarom de lichtsnelheid constant blijft maar de tijd trager verloopt (ofwel duur neemt toe). Maar het is wel zo dat de energie van fotonen (lichtdeeltjes dus) iets verschillen als de frequentie van licht anders is (zie later).
  • Volgens mij is zwaartekracht het fenomeen dat een object positieve energie tijdelijk verleent aan een ander object om het aan te trekken. Want tijdens de afgelegde route neemt de snelheid van het aantrekkende object toe waardoor zijn positieve energie toeneemt, eenmaal op het oppervlak van het object die de positieve energie verleende, wordt de verleende positieve energie weer teruggegeven. Een object dat met een bepaalde snelheid in een baan om de Aarde beweegt verkeert in een evenwichtssituatie, waarbij het microscopisch gezien steeds een stukje positieve energie teruggeeft aan de Aarde en weer eenzelfde stukje positieve energie verleend wordt door de Aarde. Zo kun je dit ook beredeneren voor planeten rond de Zon, de Maan rond de Aarde etc. Gewichtsloosheid in een ruimtevaartuig bijv. ontstaat doordat de maximale positieve energie door de zwaartekracht al aan je verleend is, als je vanuit die situatie gaat / kunt bewegen ondervind je geen (extra) zwaartekracht meer en kun je met geringe positieve energie bewegen.
  • Over het concept tijd (duur) wordt vaak raadselachtig gedaan zoals teruggaan in de tijd (enkel science fiction) etc., maar tijd (duur) is niets bijzonders, het is de tegenwerking van de negatieve energie in de ruimte die alle objecten en licht ondervinden bij beweging (een soort wrijving maar zonder energieverlies). Met tijd (duur) meet men beweging. Voor beweging heeft men ruimte nodig, dus tijd (duur) en ruimte zijn daardoor verweven met elkaar. M.b.v. tijd (duur) vergelijken we in feite een standaard beweging met de te meten beweging. De standaard beweging is afgeleid van een dag duur, tussen van middernacht naar middernacht, uiteindelijk is dit vastgelegd in een of ander mechaniek of zelfs in een atoomklok, een bepaalde standaard beweging komt overeen met 1 seconde, of 1 minuut of 1 uur etc. Als we de tijd (duur) dus gaan meten van een willekeurige beweging, dan kunnen we zeggen dat er een bepaald aantal meters wordt afgelegd in een bepaalde tijd (duur) bijv. 3 meter / seconde. In feite betekent dit dat er 3 meter is bewogen terwijl de Aarde een bepaald aantal meters heeft bewogen rondom zijn as (1 seconde), dus er zijn 2 bewegingen met elkaar vergeleken. Beweging van een object (positieve energie) in de ruimte ondervind tegenwerking van de negatieve energie, maar ook op Aarde, maar op Aarde ondervind een beweging ook nog eens wrijving door andere deeltjes (in tegenstelling van eenmalige benodigde positieve energie in de ruimte voor beweging, kost wrijving doorlopend positieve energie). Een klok is zodanig gemaakt dat het enkel gevoelig is voor de tegenwerking van de negatieve energie zoals in de ruimte, dus meet de tijd op Aarde net zoals in de ruimte, als het stormt op Aarde zal de klok daar geen last van hebben. Waarom kost beweging in de ruimte maar eenmalige positieve energie? Omdat de transparante deeltjes met negatieve energie geen positieve energie kunnen opnemen, ze hebben wel een afstotende werking.
  • Men ontdekte in de natuurkunde dat het meten van de lichtsnelheid, met een klok dus, steeds hetzelfde getal opleverde, of men nu niet in beweging was, of wel in beweging was met hoge snelheid tezamen met de meegenomen klok (hieronder bij gelijktijdigheid heb ik een voorbeeld gemaakt waarbij dit duidelijk in beeld wordt gebracht zodat dit minder moeilijk is om te begrijpen). Via Lorentz was dit het begin van de relativiteitstheorie van Einstein, het bleek dat de tijd langzamer ging (ofwel duur neemt toe) bij beweging (dus met meegenomen klok die dus ook in beweging is). Dus in beweging duurt het langer dat licht een weg van 300.000 km heeft afgelegd bijv. op een bewegend plateau (van 300.000 km lang) door de ruimte waarop men een lichtstraal laat ontstaan. Dit is niet zo moeilijk uit te leggen. Als een object sneller door de ruimte beweegt, kost dit eenmalig meer positieve energie door de tegenwerking van de negatieve energie (als je de wrijving wegdenkt, kun je dit vergelijken door langzaam of snel door water te lopen). Stel dat dit object een klok is, dan kost het eenmalig meer positieve energie voor die klok als object zijnde (het totaal van alle onderdelen), dus de gemiddelde energie van alle deeltjes neemt toe, daarom neemt de tegenwerking ook toe, als men licht zou laten ontstaan in deze klok dan is de energie van een lichtdeeltje (foton) iets verhoogd vergeleken met de klok in stilstand, dus licht krijgt ook meer tegenwerking, en licht bepaalt de tijd (duur), dus vergeleken met de klok in stilstand gaan alle bewegingen langzamer ofwel de klok loopt langzamer ofwel de tijd gaat langzamer (of duur neemt toe). Men zou met extra interne energie bewegingen sneller kunnen krijgen (dan functioneert het niet meer mechanisch als klok), maar men kan de energie intern van de fotonen niet verhogen dus de tijd (duur) verandert niet. Dus bijv. in een bewegende mens gaat ook alles langzamer, ook het ouderdomsproces, dus een mens zou ouder kunnen worden, dit geldt natuurlijk enkel voor hoge snelheden en daar is misschien ons lichaam niet op ingesteld, dus in de praktijk kan dit mogelijk niet. De vertragingsfactor voor tijd (of duur neemt toe) is afhankelijk van de snelheid van het object (kan een klok zijn) en de lichtsnelheid. Dus de lichtsnelheid is ook verweven met de tegenwerking ofwel de negatieve energie in de ruimte. Je kunt ook zeggen dat de lichtsnelheid de maximale snelheid is die mogelijk is door die tegenwerking ofwel negatieve energie. Dus met meer tegenwerking gaat licht ook langzamer binnen een bewegend object (wat een klok zou kunnen zijn, een trein, de Aarde etc.), want de tijd gaat langzamer (of duur neemt toe), de lokale lichtsnelheid blijft gelijk (maar in een langzamere tijd of langere duur). Dus de tegenwerking voor lichtdeeltjes (fotonen) door de negatieve energie is zodanig dat de lokale snelheid van die lichtdeeltjes (ofwel licht) altijd hetzelfde is (in elke tijd, snel of langzaam, of korte / lange duur). Dus de lichtsnelheid is een constante in de natuur die aangeeft dat de maximale te overbruggen afstand binnen een tijd (duur) altijd gelijk is. Die constante (ofwel tijd / duur) zit ingekapseld in de ruimte en wel in de transparante deeltjes met negatieve energie. Zo vond Einstein ook de beroemde formule e = m.c2, dus alle materie is een bepaalde hoeveelheid positieve energie volgens een vaste formule. Als die materie sneller beweegt (in de ruimte), kost dit meer positieve energie eenmalig, de massa (m) neemt daarom toe, dus de totale positieve energie blijft e = m.c2.
  • Dit bovenstaande ook nog eens extra verduidelijkt met energie. Als men een object (bijv. een raket) sneller laat bewegen in de ruimte kost dit extra energie, de energie van dat object neemt toe om de grotere tegenwerking te overwinnen. Dus de gemiddelde energie van alle deeltjes in dat object neemt toe om die grotere tegenwerking te overwinnen. Als men in dat object iets laat bewegen, bijv. een bal, dan heeft die bal al extra energie in zich van de tegenwerking van dat object (is verdeeld over alle delen van dat object, dus ook die bal). M.b.v. extra energie kan men die bal laten bewegen, maar door de grotere tegenwerking, gaat die beweging langzamer. Ook lichtdeeltjes gaan langzamer, want die fotonen hebben een iets hogere energie bij het laten ontstaan van licht, en dus meer tegenwerking, eigenlijk is de tegenwerking van lichtdeeltjes een combinatie van hun energie en frequentie van licht, dus de tijd gaat ook langzamer (of duur neemt toe). De tegenwerking van materie is groter dan van licht, dus de snelheid van de beweging van materie gaat altijd langzamer. Maar die extra energie voor die beweging bijv. van die bal is vergelijkbaar met als dat object stilstond. Omdat die bal langzamer gaat kost het ook minder energie in vergelijking dat het object stilstond. Dus als alles langzamer gaat in een object wat sneller beweegt, betekent dat niet dat men extra energie nodig heeft om te bewegen als toen het object stilstond. Bijv. op Aarde kan men snel of langzaam bewegen, dat kost meer of minder energie. In het voorbeeld hieronder over gelijktijdigheid, gaat een bepaalde beweging langzamer gelijktijdig bezien. Men zou die beweging best sneller kunnen laten gaan als je niet naar gelijktijdigheid kijkt, maar de beweging van licht krijgt men niet sneller, dus de tijd gaat altijd langzamer (of duur neemt toe).
  • Ik moet toch voor de nieuweling het een en ander nog beter uitleggen. Tijd (duur) bestaat op / rond een bewegend object, dat object kan bijv. de Aarde zijn (beweegt door de ruimte, de Aarde heeft onze tijd / duur), of een bewegende trein, of twee vliegen in een klap, een bewegende klok (die zijn eigen tijd / duur aanwijst). Dus als een object beweegt geef je de snelheid van dat object aan in je eigen tijd (zeg maar lokale tijd / duur), bijv. van een rijdende trein op Aarde, maar de tijd (duur) van rond / op die rijdende trein is weer een andere tijd die dus langzamer gaat volgens het bovenstaande (of langere duur). Ook bedoel ik hier met tijd niet hoe laat het is, maar het verloop van tijd (duur), dus gaat de klok sneller of langzamer tikken door de tegenwerking van de negatieve energie in de ruimte. De standaard beweging leek de rotatie van de Aarde te zijn, zo hebben we de tijd (duur) uitgedrukt in seconden. Maar omdat je die beweging verder of dichterbij de as van de Aarde kunt nemen, kun je die niet als de standaard beweging beschouwen ter vergelijking, dat moet een beweging zijn die altijd dezelfde afstand oplevert in 1 snelle of langzamere seconde, dus de standaard beweging is de beweging van licht in 1 seconde, snel of langzaam (korte / langere duur). In iedere situatie beweegt licht 300.000 km per (lokale) seconde, dus via het afgelegde pad van licht kun je ook de daarbij behorende tijd (duur) in (lokale) seconden berekenen (snel of langzaam, korte/ langere duur). Alle andere tijden van bewegingen van objecten moeten altijd overeen komen met welke afstand licht intussen zou kunnen hebben afgelegd, er bestaat maar 1 tijd (duur). Enkel een bewegend object (materie dus) kent een (lokale) tijd (duur) rond / op dat object, licht is geen materie maar kan enkel op een object worden opgewekt, licht bestaat niet zomaar uit zichzelf, dus de snelheid van licht (die altijd hetzelfde is) wordt altijd bepaald in de lokale tijd (duur) van het object waar het is ontstaan (bijv. een lamp, de Zon etc.).
  • Zo kun je gemakkelijk een formule afleiden dat de vertragingsfactor van tijd (√(1 - (v2 / c2)); later vind ik 1 - (v2 / c2)) letterlijk met de positieve energie aangroei van het object te maken heeft ((ek_new / et_old) = (½.m.v2 / m.c2) = -½.(1 - (v2 / c2)) + ½). Dus als een object sneller reist kost dit extra positieve energie, de verhouding tot zijn (oude) totale positieve energie, is de vertragingsfactor, dus tijd / duur (een meereizende klok) staat in relatie met de aangroei van positieve energie. Door de oerknal reist de Aarde met een bepaalde snelheid door de ruimte en daarbij hoort de tijd (duur) zoals we die kennen. Zou die Aarde met grotere snelheid door de ruimte reizen, dan zou onze tijd trager verlopen (of langere duur). Ook zwaartekracht heeft daarom invloed op tijd (duur), een klok in de ruimte loopt sneller dan op Aarde. Omdat de hoeveelheid gemiddelde positieve energie van die klok of ander object op Aarde groter is dan in de ruimte. Zelfs een hangende klok boven het aardoppervlak krijgt positieve energie verleend door de Aarde, dus de tijd loopt langzamer (of langere duur). De aangroei van positieve energie hoeft dus niet enkel door beweging te komen, elke aangroei van positieve energie beïnvloed de tijd (duur). Bijv. denk aan een lopend mannetje op de trein zodanig dat het mannetje stilstaat voor jou. De positieve energie van dat mannetje is door 2 bewegingen gegroeid, de trein en zijn lopen, daarom loopt zijn horloge langzamer dan die van jou ofschoon het lijkt dat beiden stilstaan. Dus je kunt je dan ook voorstellen dat bij energietoename door een langskomende zwaartekrachtgolf, even de tijd trager gaat en de materie krimpt (zie later), zoals dit laatste al is aangetoond in de praktijk.
  • Volgens mij geldt de tijdvertraging (of langere duur) enkel voor een object waarbij er sprake is van positieve energie aangroei. Dus als A werkelijk beweegt vanuit B, dan gaat de tijd op A trager vanuit B beredeneert (of langere duur), maar andersom gaat de tijd vanuit A op B sneller (of kortere duur), want B beweegt niet echt vanuit A gezien. Dus in redeneringen moet men uitzoeken waar er positieve energie aangroei is. Men kan natuurlijk wel beiden in beweging zijn. Maar het is wel zo, dat zowel A als B niet kunnen waarnemen of een tijd (duur) bij de ander trager of sneller verloopt (als men het niet weet), men neemt gebeurtenissen bij de ander waar alsof ze in de eigen tijd (duur) plaatsvinden. Dat komt duidelijk tot uiting met het voorbeeld van een foton hieronder (maar geldt ook voor een bewegend object). Of het foton nu bij A of B is gelanceerd, beiden nemen dezelfde afgelegde weg waar alsof het foton bij hen zelf is gelanceerd, dus in hun eigen bijbehorende tijd (duur).
  • Uit de relativiteitstheorie volgt ook dat een waarnemer van een bewegend object, dat object smaller ziet, dat noemt men lengte contractie. Men beschouwt lengte contractie als iets visueels maar niet echt, dus het object wordt niet echt smaller. Dat komt door tegenspraken omdat men denkt (denk ik) dat hierboven zowel A als B de tijd zien vertragen (of langere duur) bij de ander en dat is volgens mij onjuist. Ik heb met tekeningen van een rijdende wagon aangetoond (documentatie is er niet meer, jawel zie hoofdstuk 5 en web archief) dat de relativiteitstheorie enkel kan kloppen als de vertragingsfactor en de lengte contractie (die echt is, ik noem die krimpingsfactor, een bewegende meetlat krimpt werkelijk in alle richtingen, of door positieve energie aangroei) het kwadraat zijn van de waarde thans bekend. Later heb ik dit zelfs kunnen afleiden uit een oude tekening (gedachte, zie hoofdstuk 5 en web archief). Men neemt een bewegend object B en laat een lichtstraal reflecteren vanuit een stilstaand object A. Dan wordt de tijd (duur) van die lichtstraal heen (1 - (v / c)) korter gezien vanuit B, en terug langer (1 + (v / c)) gezien vanuit B. Men kan dan zeggen, per saldo wordt op B maar (1 - (v / c)).(1 + (v / c)) = 1 – (v2 / c2) lichtstraal waargenomen. Volgens mij krimpt daarom alle materie in een zwart gat tot deeltjes door de enorme positieve energie aangroei. Bij verhitting kan soms materie uitzetten of bij koude inkrimpen, ik denk dat dit lokale effecten zijn die erbovenop komen. Terugkomende op die documentatie, dit hield het volgende in. Als men een foton afvuurt onder een rijdende treinwagon, en een foton langs de rails maar ook onder die treinwagon, dan moeten beiden door een waarnemer langs de rails (of twee detectoren op het spoor) gelijktijdig in dezelfde locatie worden waargenomen, en die locatie onder de treinwagon ligt iets verder weg door de theorie van de lengte contractie, dit lijkt mij dus onmogelijk, vandaar dat ik aan inkrimping denk (zie later) waardoor die locaties wel gelijk worden. Als minder lichtstraal wordt waargenomen betekent dat dit licht gecomprimeerd wordt waargenomen, de fotonen staan dichter bij elkaar, dus er verdwijnen geen fotonen. En minder waargenomen lichtstraal betekent wel dat de (lokale) tijd langzamer gaat (duur neemt toe). Je kunt dit ook zien in de tekening hieronder van de rijdende treinwagon. Men laat een lichtstraal van 1,5c reflecteren vanuit stilstand, zonder lengtecontractie is 0.75c het gelijktijdige moment in de treinwagon, in dat punt wordt in de treinwagon 1 – (v2 / c2) minder lichtstraal waargenomen, dus de (lokale) tijd gaat langzamer (duur neemt toe) met een factor 1 – (v2 / c2). Eigenlijk zou je met deze formule 1 – (v2 / c2) niet eens aan inkrimping hoeven te denken, maar verticaal klopt het dan niet, maar zoals onder beredeneerd zou dat met een correctie in gelijktijdigheid kunnen worden gecompenseerd, met een verticale lichtstraal is de formule 1 – (v2 / c2) erg duidelijk, maar goed even verder analyseren. Maar inkrimping past wel goed bij de gevolgen van langskomende zwaartekrachtgolven (zie later) en wat er mogelijk in een zwart gat gebeurd. Maar zoals onder beredeneerd, moet het toch inkrimping zijn, anders zou de lengte van objecten met een lasterstraal (licht dus) gemeten in een stilstaand systeem anders zijn dan in een bewegend systeem door een waarnemer in het stilstaande systeem.
  • Het moet nu duidelijk zijn wat nu precies tijd (duur) is, het is de tegenwerking die een standaard beweging (licht) ondervindt in de ruimte, de negatieve energie zoals ik denk. In een zwart gat is er 1 punt waarin de tijd 0 is, ofwel tijdloos is. Dat komt omdat er in dat punt geen beweging meer mogelijk is, de hoeveelheid positieve energie of deeltjes is oneindig groot, ook al zou dit een eindige hoeveelheid zijn, door dat punt oneindig dicht te naderen, wordt de positieve energie in dat punt oneindig groot. Bedenk dat het zwarte gat in zijn geheel ook in beweging is, maar in dat ene punt is geen beweging meer mogelijk dus kan er ook geen tijd (duur) bestaan. Dit is een toestand van tijdloosheid. Een andere toestand van tijdloosheid zoals ik denk is tussen deeltjes die verstrengeld zijn met elkaar. De informatie daartussen gaat oneindig snel ofwel onmiddellijk zodat er ook geen sprake is van tegenwerking. Ik heb zelfs het idee dat tijd (duur) enkel bestaat bij materie ofwel positieve energie. En dat wat de tegenwerking veroorzaakt, de negatieve energie dus, zelf ook tijdloos is, het reageert enkel op positieve energie.
  • Dat zou dus volgens mijn visie betekenen dat de ruimte ook tijdloos is, enkel de materie (of licht) in die ruimte ervaart tijd (duur). Ook denk ik dat tijd (duur) een emergente eigenschap is (zwaartekracht ook), het bestaat enkel op materieniveau (of lichtgolf niveau), dus de gemiddelde positieve energie per deeltje (voor een lichtgolf enkel 1 foton, licht bestaat uit trillende deeltjes die fotonen worden genoemd, het zijn energiepakketjes). Dus rond of in de materie heerst dezelfde tijd (duur), ook tussen deeltjes, maar op het niveau van een deeltje is de tijd ook 0 (tijdloos). Door deze emergente eigenschappen zou het dus mogelijk kunnen zijn dat alle deeltjes binnen de materie tijdloos met elkaar in verbinding staan via een of ander kanaaltje, zij geven onmiddellijk de informatie door aan de emergente eigenschappen. Met de vondst van verstrengelde deeltjes heeft men mogelijk ontdekt dat licht in staat is zo'n kanaaltje (van negatieve energie) te leggen. Licht heeft een belangrijke rol, het bestaat uit energiepakketjes, en is daarom ook binnen de materie belangrijk, het moet dus sneller zijn dan de materie.
  • Ik kan nu al het bovenstaande en gelijktijdigheid combineren in een duidelijk voorbeeld. Zie dit voorbeeld in figuur 1 en 2 hieronder. Licht kan in feite ook gebruikt worden als klok, want 300.000 km licht is altijd 1 seconde, ook als de tijd langzamer gaat (of langere duur). Als een object bijv. van ons af beweegt, zodat dus de tijd daar langzamer gaat (of langere duur), wordt gelijktijdigheid ofwel hetzelfde moment bij ons, bepaald door de omgerekende snellere tijd (of kortere duur) maar ook door de afstand tot ons, want licht moet ook die afstand overbruggen en dat kost ook tijd (duur). Als bijv. 2 personen stilstaan t.o.v. elkaar, dan zijn gebeurtenissen gelijktijdig voor hen, de klok wijst bij beiden dezelfde tijd aan. Als die 2 personen in een rijdende trein zitten, idem, de langzamer lopende klok wijst bij beiden dezelfde tijd aan. Maar gelijktijdigheid bij bewegingen, bijv. tussen de stilstaande persoon en een persoon in een rijdende trein, ligt anders. Hoe verder die persoon naar voren zit in die trein hoe langer het duurt dat deze gelijktijdig is met die stilstaande persoon. De Lorentz transformatie is een formule waarbij tussen iedere locatie en tijd bij ons, een locatie en tijd op dat andere object kan worden bepaald zodat die gelijktijdig zijn, met een klok aan beide kanten kan men dus geen gelijktijdigheid berekenen, afstand speelt dus ook een grote rol. Mijn eigen voorbeeld nu. Stel dat een rijdende treinwagon een snelheid heeft van v = ½c en dat men in die treinwagon (helemaal links vanaf de wand) een lichtstraal laat ontstaan, een waarnemer A met die treinwagon meereist en de lichtsnelheid meet in een tragere tijd (of langere duur). Als men als waarnemer B langs de rails ook die lichtstraal meet, dus in een snellere tijd (of kortere duur), moet deze ook dezelfde snelheid meten in zijn snellere tijd (of kortere duur). Met de Lorentz transformatie vindt men dan dat waarnemer B bijv. de lichtstraal na 1,5 seconde op een afstand van 1,5c meet, de lichtsnelheid dus, de treinwagon heeft na 1,5 seconde 0,75c in afstand afgelegd, binnen de treinwagon heeft de lichtstraal 0,866c afgelegd in 0,866 seconde, dus ook de lichtsnelheid, de vertragingsfactor is 0,866, omgerekend in de snellere seconde van waarnemer B zou dit 1 seconde zijn. Dus enkel door de klokken te vergelijken zou dit niet voldoende zijn, in de treinwagon is pas 1 snelle seconde verstreken (of 0,866 langzamere seconde) en buiten de treinwagon 1,5 snellere seconde. Het begin van de lichtstraal wordt door waarnemer B op 1,5c gezien, de totale afgelegde afstand zou voor waarnemer B op 0,75c + 0,866c = 1,616c moeten zijn, maar omdat waarnemer B lengte contractie ziet, ziet deze de lichtstraal toch op 1,5c. Deze momenten zijn voor zowel waarnemer A als B gelijktijdig. Ik had aangetoond met tekeningen (eigen theorie dus, zie hoofdstuk 5 en web archief) dat het enkel kan kloppen, als materie krimpt in alle richtingen en de huidige tijdvertragingsfactor in het kwadraat neemt (die tevens de krimpingsfactor is, later leg ik het exact uit), men moet dus alle getallen met de Lorentz transformatie berekenen en nogmaals met de huidige vertragingsfactor vermenigvuldigen. Waarom komt men daar wiskundig niet uit, omdat volgens mij de eenheden krimpen en dat kan dus niet uit de formules rollen, want is daarnaast een bijkomend feit. Dus de tijdseenheid krimpt (of langere duur), en de lengte eenheid krimpt, dus de treinwagon en een meegenomen meetlat en licht krimpen in alle richtingen. Er is dus geen lengte contractie meer, maar een inkrimping in alle richtingen, daarom zien waarnemer A en B beiden het begin van de lichtstraal op 1,5c omgerekend, voor waarnemer A zijn de getallen nog steeds juist zoals deze die meet maar heeft geen weet van krimpende eenheden. Denk niet dat 0,75 steeds de helft is, bijv. wanneer de snelheid van de treinwagon 0,25c is zijn de getallen duidelijk anders. Zo kun je ook andersom een lichtstraal in de treinwagon laten ontstaan, dus van rechts naar links. Ook die gaat in dezelfde tijd (duur). Je kunt berekenen dat dan de momenten van gelijktijdigheid voor waarnemer B op 0,75c en 0,5c zijn, dit is iets moeilijker voor te stellen (door verschillende richtingen) maar klopt rekenkundig wel. Vooraan in de treinwagon zijn de punten van gelijktijdigheid anders, maar nog steeds is 1 snelle seconde verstreken in de treinwagon. Bijv. vooraan is na 0,866 langzame seconde gelijktijdigheid met 1 snelle seconde op een afstand van 0,5c langs de rails. Zie figuur 2 hieronder, later toon ik met figuur 1 nog wat anders aan. In dat andere punt was pas gelijktijdigheid na 1.5 snelle seconde. Nog een kort voorbeeld, maar nu van een object. Als waarnemer B een bal zou laten bewegen met een snelheid van 0.75c langs de spoorlijn, dan zou waarnemer A deze waarnemen met een snelheid van 0.4c. Maar ook als waarnemer A een bal zou laten bewegen in de treinwagon met snelheid 0.4c, zou waarnemer B deze waarnemen met een snelheid van 0.75c, dus net andersom. Dan zou je kunnen denken, als waarnemer A de bal niet zelf laat bewegen maar neemt de bal van B hetzelfde waar, is de verklaring dan wel echt tegenwerking, want er beweegt geen bal bij A? Dan komt het begrip duur om de hoek kijken, de duur behorende bij zijn langzame seconde (300.000km licht) is groter dan de kleinere duur bij B, dus A kan in zijn duur meer waarnemen van B maar niet meer dan dat, het lijkt alsof de beelden van B opeengepakt overkomen. En die langere duur wordt juist door die tegenwerking veroorzaakt!
  • Kun je nu achteraf concluderen dat er 1 tijd (duur) in de natuur bestaat waarmee alle gebeurtenissen in het heelal in chronologische volgorde zijn vast te leggen? Jawel ik ben geneigd te zeggen dat er een universele tijd (duur) bestaat, maar die weten we niet. We kunnen enkel vanuit onze eigen (lokale) tijd (duur) op Aarde, alle gebeurtenissen om ons heen vastleggen in onze eigen tijd (duur), relatief dus. Zo ook eventueel vanaf andere planeten met andere snelheden door de ruimte, omrekeningen zullen moeilijk zijn om gelijktijdigheid vast te leggen ofwel onmogelijk vanwege het ontbreken van alle feiten. Maar tijden zijn enkel afwijkend als de snelheidsverschillen tussen objecten (bijv. planeten) erg groot zijn, en dat valt wel mee volgens mij, dus de tijd (duur) loopt grofweg gelijk zeg maar. Enkel daar waar de energiedichtheid groot is zoals in een zwart gat etc. zal dit anders zijn. Als ik mijn eigen voorbeeld zie met waarnemer A en B, zie ik dat het foton (begin lichtstraal) in feite ruimtelijk dezelfde weg heeft afgelegd voor beiden, maar waarnemer A ervaart dit niet zo. Dus er is maar 1 afgelegde weg van het foton, en dat is 1,5c. Stel dat er bij het begin van de oerknal een eerste lichtstraal is ontstaan, hier hoort ook een bepaalde tijd (duur) bij, en de lengte van deze lichtstraal is om te rekenen naar deze universele tijd (duur). Op deze manier kan men elke gebeurtenis in het heelal in deze universele tijd (duur) vastleggen. Tijd (duur) is ingekapseld in de ruimte. Maar het heeft wel enkel betekenis sinds het begin van de oerknal!
  • Eerst legde we de duur van een hele dag vast in een mechanische klok en noemde we dat tijd (duur). Later in een atoomklok die dus nog preciezer was. We ontdekten dat in onze eenheid 1 seconde het licht een bepaalde weg aflegde (300.000km). We ontdekte dat als we dit in beweging opnieuw testte, de klok was dus ook in beweging, de klok langzamer liep maar dat bij precies 1 hele langzamere seconde, het licht weer dezelfde weg had afgelegd (dus weer 300.000km). Dus we leerden dat de tegenwerking voor alle soort bewegingen (bijv. in een klok) net als licht, hetzelfde is rond / op een object, al die bewegingen hebben positieve energie als gemeenschappelijke factor. Dus licht is ook als een klok te gebruiken. We leerden ook dat een sliert licht ruimtelijk gezien voor diverse waarnemers in beweging, dezelfde weg aflegt maar gelijktijdig korter wordt waargenomen omdat de (lokale) tijd langzamer gaat (ofwel door meer tegenwerking van de negatieve energie in de ruimte). Dus via een omweg is tijd (duur) eigenlijk de weg die een hoeveelheid licht in de ruimte gelijktijdig heeft afgelegd (of in een lichtklok).
  • Verder nog enige zaken toelichten die nog in mijn geheugen zitten. Ik denk dus dat positieve energieën elkaar aantrekken, zo kan licht ook worden afgebogen bij de zon, omdat enkel zoveel positieve energie vat heeft op lichtdeeltjes. Zo zou dat licht tijdens het afbuigen moeten oplichten omdat het tijdelijk extra positieve energie wordt verleend. Zwaartekrachtgolven zijn ontsnapte positieve energieën, die bij langskomen tijdelijk de positieve energie van materie kunnen verhogen, waardoor de tijd even trager wordt en de materie krimpt. Bij experimenten waarbij de temperatuur de 0 graden Kelvin nadert, ziet men soms eenzelfde deeltje op meerdere plaatsen tegelijkertijd, ook dit heeft volgens mij met lokale tijdloosheid te maken. Men denkt dat er kwanta (kleinste hoeveelheden) bestaan in de natuur, zoals een foton van licht het kleinste positieve energiepakketje is. Zo denkt men ook bij bewegingen dat er kleinste afstanden bestaan. Dit betekent dan, dat een object van locatie naar locatie beweegt en dus geen continue beweging. Het blijft afhankelijk van snelheid even in een locatie liggen en dan volgens mijn eigen gedachte tijdloos naar een volgende locatie. Zo'n locatie zou een transparant deeltje van negatieve energie kunnen zijn. Zo denk ik ook (redenering vergeten, toch niet, zie hoofdstuk 5 en web archief) dat als men een object met een raket zou kunnen afremmen in de richting van de oerknal, dus de omgekeerde richting, men uiteindelijk een foton (lichtdeeltje) overhoudt, alle overige positieve energie onderweg wordt omgezet op de een of andere manier.
  • (januari 2024) Ik ben nu al jaren bezig met dit onderwerp en denk ineens dat inkrimping van materie al in de basistheorie aanwezig is, de formules blijven gelijk maar je moet er anders naar kijken (zoals ik denk). Daarom kan ik nu ook begrijpen dat materie krimpt bij zwaartekrachtgolven (is al aangetoond), het moet al in de basistheorie aanwezig zijn. Lengte contractie is niet iets visueels, maar echte inkrimping. Volgens mij zit het als volgt in elkaar. Bekijk figuur 3 hieronder. Ik neem als voorbeeld de rijdende treinwagon. Als deze treinwagon stilstaat, heb je een coördinatenstelsel voor locaties en tijd. Als de treinwagon in beweging is, krimpt het hele coördinatenstelsel met alle objecten daarin, dus ook de treinwagon zelf. Dus lengte eenheden en tijdseenheden krimpen ook. Dit is al inbegrepen in de Lorentz transformatieformules die de nieuwe locaties en tijden presenteren voor gelijktijdigheid vergeleken met stilstand, maar deze waarden zijn uitgedrukt in de krimpende nieuwe eenheden. Alles krimpt met de krimpingsfactor 1 - (v2 / c2), dus de nieuwe γ = (1 / 1 - (v2 / c2). Als we de lengte contractie berekenen komt deze overeen met die krimpingsfactor. Zowel de lengte eenheid als de tijdseenheid krimpen met 1 - (v2 / c2), in het voorbeeld zijn dus de nieuwe eenheden 0,75 meter en 0,75 seconde. En onze 1 seconde is nu 0,75 seconde geworden en is dus de nieuwe tijdseenheid bij beweging, als er dus 1,333 nieuwe tijdseenheden voorbij zijn, is er pas 1 langzame seconde verstreken, dus de tijd gaat langzamer bij nieuwe tijdseenheden. De locatie en tijd voor het foton in de rijdende treinwagon zijn beiden 1,0 (uitgedrukt in s en c), maar dat is dus in de nieuwe eenheden. Het foton bevindt zich in de oude eenheden op 1,0 x 0,75 = 0,75, dus gelijk voor waarnemer B buiten de treinwagon. Maar waarnemer A meet gewoon 1,0 want heeft geen weet van inkrimping. Voor een verticale lichtstraal is dit ook zo gelijktijdig op 0,5c en 1s. Dit volgt exact uit de formule (1 - (v / c)).(1 + (v / c)), laat een lichtstraal van 1c verticaal reflecteren in stilstand, dus met het gedrag van lichtstralen is de inkrimping al van nature inbegrepen. Je moet wel de gelijktijdigheid verticaal iets verschuiven voor waarnemer B, zie later. De tijdvertragingsfactor is dus 1 - (v2 / c2). Horizontaal is die hetzelfde maar wat moeilijker te zien, door de beweging van de treinwagon zelf, verticaal is er geen extra beweging.
  • Door alle zaken hierboven nu te hebben uitgelegd, ga ik volledigheidshalve nog een paar punten verduidelijken. 1) Allereerst de forumule 1 - (v2 / c2), waarom hoeft deze niet gecopenseerd te worden voor inkrimping, omdat deze volgens mij geen inkrimpende variabelen bevat. Als men in de treinwagon in mijn voorbeeld hierboven helemaal links een verticale lichtstraal laat ontstaan, dan krijgt men de beruchte driehoek waaruit Lorentz eenvoudig de tijdvertragingsfactor kon berekenen zonder idee te hebben wat dit betekende, dat deed Einstein. Zie figuur 1 hieronder. In horizontale richting beredeneerde ik mijn krimpingsfactor, daardoor zagen waarnemer A en B een foton op dezelfde locatie. Dat moet verticaal dan ook kloppend worden gemaakt. Alle eenheden in en rond de treinwagon krimpen zowel tijd (duur) als lengte eenheden. Even tussendoor : voor waarnemer A in de treinwagon zijn de verticale en horizontale lichtstraal na 0,75 langzame seconden gelijktijdig, voor waarnemer B is de verticale lichtstraal gelijktijdig na 1 (snelle) seconde, en de horizontale lichtstraal pas na 1,5 (snelle) seconden. Volgens mij heb ik mogelijk iets kunnen bedenken (na lange tijd) hoe verticale inkrimping ook bereikt kan worden (de formules kloppen in ieder geval). Als men de beruchte driehoek in figuur 1 laat krimpen met de huidige vertragingsfactor, valt 0,75 seconde nog steeds samen met 0,5c en 1 snelle seconde langs de rails. Dit herhaalt men nogmaals met een kleinere driehoek op 0.5c, op de helft van de schuine zijde dus. Dan ziet men de rode gekrompen driehoeken. Hierbij valt op dat ze steeds iets later dan de oorsprong beginnen, dit is schijnbaar een soort vertraging om gelijktijdigheid in de verticale richting te bereiken (compensatie voor horizontale inkrimping). We weten dat er verschillen zijn tussen de bewegingsrichting v en loodrecht op de bewegingsrichting v, als we lengtecontractie accepteren in de bewegingsrichting v, kunnen we het kloppend maken met loodrecht op de bewegingsrichting v zonder lengtecontractie, beiden dezelfde tijdvertragingsfactor. Zoals ik redeneer, klopt het met fotonen in de horizontale bewegingsrichting v, een grotere lengtecontractie dus. Maar dan klopt het weer niet met loodrecht op de bewegingsrichting v. Die richting is eigenlijk ook vager, welke effecten heeft een richting loodrecht op de bewegingsrichting met een zeer hoge snelheid in de ruimte. Ik zou dan denken aan een vertraging in gelijktijdigheid. Dus waarnemer B ziet de ingekrompen verticale lichtstraal pas vanaf (1 - √(1 - (v2 / c2))) x (afgelegde afstand treinwagon) later omhoog gaan met de lichtsnelheid dan vanaf oorsprong 0. Dan hebben we een grotere tijdvertragingsfactor en tevens verticale lengtecontractie die dus een krimpingsfactor is, dat een object inkrimpt is ook moeilijker waar te nemen dan lengtecontractie in 1 richting. Waarnemer B ziet het foton volgens de zwarte lijn die de vertraagde tijd volgt in verticale richting. De totale lengte van deze lijn is bij 0,75 seconde, slechts 0,90c, terwijl de gelijktijdigheid samenvalt met de 1 seconde in horizontale richting zoals het hoort. Dat komt door die extra vertragingen, zodat het foton op de zwarte lijn een kleinere weg heeft afgelegd, maar de lokale snelheid is nog steeds de lichtsnelheid. In de natuur is alles mogelijk zonder het echt te begrijpen. De ongewijzigde Lorentz transformatie formules waren : x' = γ . (x - v.t) en t' = γ . (t - (v.x/c2)) en andersom x = γ . (x' + v.t') en t = γ . (t' + (v.x'/c2)). De gewijzigde Lorentz transformatie formules zijn met de nieuwe γ = (1 / 1 - (v2 / c2) : x' = γ . (x - v.t) en t' = γ . (t - (v.x/c2)) en andersom x = x' + v.t' en t = t' + (v.x'/c2), de lengte contractie of krimpingsfactor blijven wiskundig hetzelfde met de nieuwe γ. De formules voor de Lorentz transformatie in onze tijd en lengte eenheden worden dan : laat γ weg, dus x' = (x - v.t) en t' = (t - (v.x/c2)) en andersom x = x' + v.t' en t = t' + (v.x'/c2). Deze formule is dus in onze tijd en lengte eenheden, bijv. waarnemer A in de rijdende treinwagon (ook gekrompen met 1 - (v2 / c2)) meet de tijd en lengte in ingekrompen eenheden van 1 - (v2 / c2) waarvan deze geen weet heeft, en het aantal eenheden zijn hetzelfde als voor de inkrimping, dus waarnemer B meet in zijn eigen eenheden alles 1 - (v2 / c2) minder. Dus zowel tijd als lengte ondergaan een inkrimping met factor 1 - (v2 / c2) in onze eenheden. De formule in verticale richting voor y is ongeveer hetzelfde voor gelijktijdigheid (voor x' = 0, y' = γ . y, t'y = t' waarbij y = x - v.t etc.), dus een object krimpt in beide ofwel alle richtingen. Neem bijv. een meetlat in de rijdende treinwagon, de gehele meetlat krimpt en de eenheden dus ook, beiden met 1 - (v2 / c2), in onze eenheden krimpt deze dus totaal met 1 - (v2 / c2). Ik vraag mij nog steeds af hoe die Lorentz driehoek is ontstaan waarbij de tijdvertraging 0,866 is. Ik ben geneigd te zeggen (zoals ik denk) bij toeval, omdat je nog niet alles weet achteraf (nogmaals zoals ik denk). Als je de bestaande transformatieformule bekijkt, dan zie je duidelijk met γ dat er een omrekening plaatsvind in gekrompen eenheden bijv. x' = γ . (x - v.t) van 1 / γ. Zo ook met t'. Het foton bevind zich op 0.75c in onze eenheden, maar in het bewegende systeem voor de waarnemer op 0,866 nieuwe eenheden als de eenheden ook 0,866c zijn, dus op 0,75c (0,866 x 0,866) in onze eenheden. Toch beschouwt men die 0,866 als 0,866c zoals in die Lorentz driehoek en met lengte contractie zie je het op 0,75c. Maar omdat men verticaal geen lengtecontractie veronderstelt, zijn daar de eenheden niet ingekrompen, en is daar de lengte werkelijk 0,866c. Omdat ik denk dat de tijdvertraging formule 1 - (v2 / c2) is, kom ik op gekrompen eenheden van 1 - (v2 / c2) uit en wordt de uitkomst in het bewegende systeem maar 1 eenheid in dit voorbeeld en een grotere lengte contractie die de krimpingsfactor is, maar wel in beide richtingen. Doordat ik de gelijktijdigheid in verticale richting iets verschuif voor een waarnemer B, ziet deze toch de bekende driehoek van Lorentz in dit voorbeeld maar wel gekrompen met een schuine zijde van 0,866 en een aanliggende zijde van 0,75. Ik vind hoe dan ook mijn oplossing logischer, het lijkt mij niet logisch dat het uiterlijk van iets in 1 richting vervormt, maar de praktijk zal het moeten uitwijzen bijv. met gravitatiegolven, is de inkrimping in beide richtingen? Ook stelt men dat lengte contractie (ofwel inkrimping in mijn geval) tegenstellingen geeft in de theorie, maar dat komt omdat men denkt dat de relativiteitstheorie enkel met bewegingen te maken heeft terwijl ik denk met toenemende energie. Als B t.o.v. A in beweging is, veronderstelt de theorie dat A in beweging is t.o.v. B, en dat is zelfs met de oerknal niet eens zo, 1 van de twee is echt in beweging t.o.v. de ander, er is er maar 1 waarbij de energie het meeste toeneemt en waarbij de tijd dus trager verloopt. Op de Aarde is dit altijd duidelijk, alles wat beweegt t.o.v. de Aarde krijgt meer energie. Als je de verschillende eenheden ziet in lengte en tijd, kun je gaan denken, wat is bijv. dan een eenheid bij een klok in het bewegende systeem. Eigenlijk doet dat er niet toe hoe ze dat daar oplossen, het gaat erom dat in vergelijking steeds de lichtsnelheid wordt gemeten, ook al zouden ze daar een willekeurige eenheid hebben en de afgelegde weg van het licht een ander getal is per eenheid, het blijft omgerekend dezelfde lichtsnelheid. Maakt een andere tijdvertraging verschil, dus maakt het niet uit welke tijdvertraging, dus of die nu 0,866 of 0,75 is in het voorbeeld? Als je 0,866 neemt met inkrimpende eenheden, klopt er iets niet. In het stilstaande systeem meet je dat iets 1c lang is d.m.v. een laserstraal (is licht) die 1c meet. In het bewegende systeem zou je eerst 0,866c meten met een laserstraal omdat je geen weet hebt van inkrimpende eenheden, maar wat je meet is dan via communicatie kleiner geworden. Als je 0,75 neemt met inkrimpende eenheden (wat ook uit de nieuwe tijdvertragingsformule volgt) meet je gewoon 1c, dus via communicatie meet je hetzelfde. Dus er is maar 1 inkrimpende eenheid waarbij je steeds hetzelfde meet. Maar men meet toch tijdvertraging in experimenten? Klopt, maar in onze eenheden. Zou men in het bewegende systeem, bijv. op een andere planeet, die eenheden NIET ingekrompen overnemen bij toeval in hun keuze, dan zou bij 0,75 in die eenheden het licht een weg van 1,333 meer hebben afgelegd denken ze, maar dat is omgerekend nog steeds de lichtsnelheid in ons systeem. Ik vind de volgende uitleg voor dit voorbeeld toch de beste voorlopig om deze korte weg van 0,90c te verklaren. Voor verticale bewegingen kost het hier 0,1 seconde om de horizontale inkrimping te compenseren (dit gaat in stapjes met de rode driehoeken, een of andere integraal zal op 0,1 seconde uitkomen denk ik). Daardoor is de zwarte lijn maar 0,90c, met metingen voor de lichtsnelheid moet men rekening houden met het verlies van 0,1 seconde (in dit geval, in feite is deze toch 1c lang maar gedeeltelijk zichtbaar, het beginstuk wordt niet getoond). Zoals al eerder opgemerkt, het maakt niet uit wie iets daadwerkelijk laat bewegen, de ander ziet het zodanig met gelijktijdigheid alsof deze zelf iets laat bewegen. Dus als waarnemer B een foton over de zwarte lijn laat bewegen, dan ziet deze de foton na 1 seconde op het zwarte kruisje in figuur 1. Waarnemer A ziet deze foton als volgt. Als waarnemer A een foton verticaal laat bewegen dan wordt er gelijktijdigheid bereikt voor beide waarnemers op 0,90c en 0,75c, door het verlies van 0,1 seconde zal waarnemer B het beginstuk niet te zien krijgen. Zoals al eerder opgemerkt is tijd de lengte van het afgelegde pad van licht, dus die 0.90c lichtsliert zal door waarnemer B altijd als 0,90 seconden worden gezien. Deze transformatie is nu een mogelijkheid geworden, er zullen waarschijnlijk best nog wel varianten gevonden worden. Op dit moment past de relativiteitstheorie nog niet compleet in de kwantummechanica. De snelheden moeten ook wel erg groot zijn, wil men dit alles goed kunnen testen. Misschien wordt dit in de toekomst vanaf de maan mogelijk door lichtgewicht robotjes met flinke snelheden (dichtbij de lichtsnelheid) door de ruimte te laten bewegen. 2) Waarnemer A ziet bewegingen bij waarnemer B hetzelfde als zouden deze plaatsvinden in de treinwagon door het feit van de tijdvertraging (of langere duur) en inkrimping van tijd (duur) en lengte eenheden, deze waarnemingen zijn dan puur visueel, bijv. een bewegende meetlat bij waarnemer B, grijpt waarnemer A die meetlat uit de lucht, dan krimpt die werkelijk. 3) De relativiteitstheorie steunt op het feit dat de lichtsnelheid steeds hetzelfde wordt gemeten tijdens beweging. Maar als je uitgaat van het feit dat iedereen in beweging een foton ruimtelijk op dezelfde locatie ziet, zou je daaruit ook kunnen laten volgen dat de tijd langzamer verloopt (of duur langer). 4) Dat iedereen in beweging de lichtsnelheid hetzelfde meet in een snelle of langzame seconde, geldt enkel zolang alles in beweging blijft, stilstand t.o.v. de oerknal is niet mogelijk. Bij de eerste lichtstraal van de oerknal behoorde een bepaalde universele tijd (duur) maar deze weten we niet. We weten deze wel van onze Aarde en gebruiken die om alle gebeurtenissen relatief vast te leggen. 5) Als iets echt beweegt gaat de tijd echt trager en vindt er echte inkrimping plaats, of bij verhoogde energie. Een echte beweging is beweging vergeleken met de oerknal. Als een zwaartekrachtgolf tijdelijk materie laat inkrimpen door tijdelijke verhoogde energie (en de lokale tijd tijdelijk laat vertragen) is dat ook een echte inkrimping. Waarnemers in beweging zien deze inkrimpingen of tijdvertragingen iets anders, maar dat is puur visueel, de getallen zijn hetzelfde zoals dat bij echte bewegingen zouden zijn, dus wat wordt waargenomen ook echt beweegt. Daarom zijn die waargenomen energieën ook puur visueel, enkel bij de echte bewegingen is de energie werkelijk. 6) Dus in mijn voorbeeld loopt de tijd trager in de treinwagon, buiten de treinwagon is het 1 seconde en in de treinwagon 0,75 seconde (met inkrimping, zonder 0,866 seconde)). Dus als jouw klok buiten de treinwagon 1 seconde aanwijst, wijst de klok in de treinwagon 0,75 seconde aan. Maar dit is toch wat anders dan gelijktijdigheid. Bij bewegingen van object C en D, is ieder punt van C gelijktijdig met exact 1 punt in D, en al die punten zijn verschillend. Op de objecten C en D zelf, zijn alle punten gelijktijdig, in elk punt loopt de klok gelijk (het ritme van de klok). Als je tussen die punten licht laat reflecteren dan is de tijd die dat kost heen exact gelijk aan de tijd terug. In beweging zijn die tijden niet meer gelijk omdat de afgelegde paden van licht korter of langer zijn heen en terug. 7) Mijn redeneringen over inkrimping druisen niet in tegen lengte contractie omdat lengte contractie nog nooit in de praktijk is aangetoond (ook wel moeilijk met die hoge snelheden of toegenomen energie, tijdvertraging is wel aangetoond)! Inkrimping is wel aangetoond met zwaartekrachtgolven door tijdelijk toegenomen energie.

3.
Een andere gedachte over ons bestaan

i) Alle reeds genoemde geraadpleegde bronnen en aangevuld met wat eigen gedachten

Eigenlijk is een nieuwe gedachte de echte reden dat ik beide websites toch nog tot leven heb gebracht, om deze gedachte te ventileren onder belangstellenden, je kunt niet alles bewijzen maar het kan inspiraties geven voor nieuwe gedachten.

Als jongetje wandelde ik vroeger vaak over de heide, dacht toen al veel na over alles (zal wel in de genen zijn opgeslagen, want mijn vader deed dat ook, die voorspelde al het milieuprobleem in de jaren 70), en dacht toen al vaak is alles wel echt om mij heen of denken we dat.

Een ding is wel duidelijk, wij weten van niets of nagenoeg weinig, wij hebben geen idee van ons eigen bestaan. En de dingen die we wel weten, dat heeft 6 miljoen jaar geduurd, dus snel is dat niet gegaan en het resultaat is nog niet geweldig als we zien hoe we op de dag van vandaag met elkaar omgaan in de wereld, en dat na 6 miljoen jaar. Een ongelofelijke lange tijd.

Maar ja, of alles nu echt is of niet, eigenlijk maakt het niets uit, het gaat erom hoe we dit ervaren, en dat is in beide gevallen hetzelfde.

Toch de laatste 10 jaar is mij wel duidelijk geworden dat energie een ongrijpbaar iets is, eigenlijk fictief, ons hele bestaan valt of staat met energie, neem je die energie in 1 keer weg, dan is ons hele bestaan in 1 flits verdwenen.

Dus energie is als het ware een wiskundige variabele die ons hele bestaan bezien in een wiskundig model mogelijk maakt.

In een wiskundig model is alles mogelijk zolang het wiskundig maar klopt, dus begrippen als tijdloosheid, deeltjes, lichtgolven, krachten, oerknal, gekromde ruimte, vierde dimensie, parallelle werelden / ruimten etc. Er valt niets echt te begrijpen, het is gewoon puur wiskunde. Wanneer denk je iets te begrijpen, als het lijkt op iets wat je al kent, maar in feite begrijp je dat ook niet echt.

Dat geeft mij de gedachte dat dit wiskundige model in feite de oerknal is, het is uit het niets ontstaan en het bevat wiskundige deelmodellen in de vorm van deeltjes, de positieve energie, en transparante deeltjes, de negatieve energie, de eerste gepresenteerd als materie en licht, en de tweede als ruimte. Dit is de basis geweest waaruit alles is geëvolueerd. M.b.v. kansberekeningsfuncties zou je het kunnen uitleggen als toeval, maar dat is absoluut niet 100% zeker.

Wij mensen zijn daarin ook ontstaan, als wiskundige deelmodellen uit dit evolutieproces. Of dit is aangestuurd van buitenaf, is een discussie onder ons.

Maar het verschil tussen echt en niet echt, daarmee bedoel ik dan, dat we in ons drie dimensionale deelmodel die wij ervaren, in iedere locatie iets ontstaan is, een boom, plant, steen, rest van dinosaurus, lichtgolf, of enkel ruimte etc. maar zuiver wiskundig, door de natuurwetten zoals zien, krachten etc. die ook zuiver wiskundig zijn, nemen we die zaken waar, maar in feite bestaan ze niet zoals wij denken over alles om ons heen, we zien bijv. een steen zweven in het heelal, maar bestaat enkel wiskundig. En wat is bijv. de hardheid van materie? Door de wiskundige samenstelling van de wiskundige deeltjesmodellen en mogelijk nog aanvullende wiskunde, is het niet transparant en voelt het dus hard aan, zo ook dus als we op de aarde staan etc. Natuurkunde is pure wiskunde, en alleen met wiskunde proberen we alles te verklaren. Dus natuurkunde is enkel het zoeken naar de wiskunde. Bijv. met de gevonden wiskunde, zijn we golven op het spoor gekomen en hebben we tv, draadloze communicatie etc. Misschien dat dit het nog duidelijker maakt : als alle waarnemers er niet meer zijn, dus alle levende wezens, dan bestaat alles om ons heen niet meer, omdat er geen waarnemers meer zijn!

Op die manier is de oerknal ook logischer voor te stellen, het is niet zoiets als grote hoeveelheden kant en klaar materiaal (of in gasvorm) wat uit het niets is gekomen. Met deze laatste voorstelling moet het eeuwig bestaan hebben, bijv. uit een zwart gat opnieuw gerecycled, maar die redenering is te simpel en nog veel onlogischer (denk ik), alles moet wel een zekere reden hebben.

Sommige natuurkundigen denken dat het heelal een hologram kan zijn, dit sluit ook wel aan op het idee van een wiskundig model. Ook kunstmatige intelligentie of AI of ons brein d.m.v. neurale netwerken (zie paragraaf 3a) kunnen wiskundige deelmodellen zijn. Ook dat het bewustzijn blijft voortbestaan na de dood (zie paragraaf 3b), zou uit te leggen zijn als een wiskundige deelmodel gescheiden van het lichaam. Zo kan de vierde dimensie (zie paragraaf 3c) ook gewoon een wiskundig deelmodel zijn. Maar dit alles is natuurlijk wel zeer complexe wiskunde, de wiskunde die wij beheersen is daar maar een zeer klein bescheiden deel van.

Natuurlijk komt de vraag naar boven hoe leven dan kan ontstaan uit enkel wiskunde. De wiskunde die wij hanteren in leerboeken zijn delen van het geheel, bijv. lijnen, cirkels en andere meetkundige figuren die elkaar kunnen kruisen, algebra om bijv. snijpunten te berekenen etc. Maar de oerknal heeft tevens de wiskunde in beweging gezet m.b.v. de geheimzinnige parameter energie. Deeltjes zijn wiskundige deelmodellen, licht is ook een wiskundig deelmodel met parameters die bepalen dat het alleen wiskundig licht kan voorstellen, combinaties van deeltjes bepalen of dit licht dwars door die deeltjes kan heenreizen of dat het gereflecteerd wordt. Je zou kunnen zeggen maar dit is dan toch natuurkunde, ik zou zeggen het is wiskunde in beweging m.b.v. de geheimzinnige parameter energie die extra restricties legt voor die wiskunde, dus een niveau hoger, maar het blijft wiskunde. Of je nu die combinaties van energieën als materie beschouwt of als pure wiskunde, het maakt geen verschil voor die wiskunde, wij zijn er een onderdeel van in de vorm van een deelmodel. En omdat er al leven is ontstaan alsmede neurale netwerken etc., is dit dus mogelijk in ons wiskundig model. Natuurlijk zijn dit voorlopig allemaal beginnende gedachten ..

Dus ja, ik vind dat er toch iets moet bestaan omdat het zo gigantisch slim in elkaar zit, maar natuurlijk heb je er totaal geen weet van wat dat zou moeten zijn, en de zin ervan. Helaas heeft dit systeem tot op heden na 6 miljoen jaar enkel een soort waanzinnigen voortgebracht met blinde volgers en dat zal zo voorlopig wel blijven alhoewel er wel elke eeuw iets vooruitgaat maar wel tergend langzaam.

Voor mij zal de dood spannend zijn, ik ben er niet bang voor (wel pijnloos graag), wat is de volgende fase van dit grote mysterie (hopelijk behoort achterlijkheid daar tot het verleden, opmerking i.v.m. mijn ander onderwerp vetorecht)?

3a.
Kunstmatige intelligentie (AI) (toegevoegd in maart 2024)

i) Geraadpleegde bronnen zijn het boek "Fundamentals of Neural Networks (Architectures, Algorithms, and Applications)" van L.F., Wiki diverse informatie, wat wetenschappelijke verslagen, en aangevuld met wat eigen gedachten

Ik zal allereerst in het kort uitleggen in eigen woorden hoe men denkt dat een biologische (mens / dier) neuron (ofwel zenuwcel) werkt en met die kennis het idee van kunstmatige neurale netwerken (AI) zijn ontstaan. Alles is gemakkelijk op het internet te vinden voor meer details.

Eerst een kleine inleiding. Elke menselijke cel bevat DNA, en je hebt verschillende soort cellen, een biologische neuron is een zenuwcel en bevat dus ook DNA, er zijn net zoveel biologische neuronen als gliacellen en deze laatsten verzorgen de biologische neuronen bijv. houden alles clean, bezorgen voedsel etc. DNA bouwt het lichaam op dus ook de hersenen, DNA is voor alle mensen gelijk maar 11 delen samen zijn uniek per mens, vandaar dat DNA onze vingerafdruk is. DNA wordt gedupliceerd in cellen en je zou kunnen zeggen dat DNA ook een soort geheugen is voor de evolutie (bijv. de erfelijke eigenschappen), maar meer om alle kleine zaken in ons lichaam te regelen die tezamen ons grote lichaam opbouwen. De hersenen worden gebruikt om onze gedachten op te slaan maar ook om de grotere zaken in ons lichaam te regelen zoals het aansturen van onze lichaamsdelen, denk bijv. aan lopen maar lopen moet ook geleerd worden. Men denkt dat Einstein meerdere gliacellen had per biologische neuron en daarom zijn hersenen zo goed functioneerde.

Een mens heeft 86 miljard biologische neuronen in zijn hersenen. Een biologische neuron ontvangt zenuwimpulsen (elektrisch, maar chemisch opgewekt) van andere biologische neuronen als input en geeft bij een juiste input 1 zenuwimpuls af als output naar andere biologische neuronen of als eindstation een onderdeel van je lichaam via de zenuwbanen. Bij volwassenheid kan een gemiddelde biologische neuron zo'n 7.500 verbindingen hebben met andere biologische neuronen, indien men jong is wel 15.000 verbindingen maar door de jaren heen krijgen minder belangrijke zaken minder details waardoor er minder verbindingen nodig zijn. Dus biologische neuronen netwerken zijn steeds aan veranderingen onderhevig, bijv. verbindingen worden aangemaakt maar kunnen ook weer verdwijnen, dus wat we zo graag zien in Alien films gebeurt eigenlijk in ons eigen brein. Biologische neuronen vormen tevens het geheugen. Dus het geheugen is niet iets speciaals, een biologische neuron geeft dus zenuwimpulsen door en is tevens het geheugen. Een van de vele ingangen (input) van een biologische neuron kan van een andere biologische neuron komen of van een lichaamsdeel, zo ook die ene uitgang (output) van een biologische neuron. Dus biologische neuronen kunnen gebruikt worden om te denken, gedachten op te slaan, om te leren en het geleerde op te slaan, gebeurtenissen op te slaan of om een lichaamsdeel aan te sturen, denk bijv. aan een herinnering die je een prettig gevoel geeft en beelden oproept, dus wat dat allemaal aan processen veroorzaakt in je lichaam door biologische neuronen aangestuurd.

Een gemiddelde biologische neuron kan dus zo'n 7.500 verbindingen hebben met andere biologische neuronen. Die verbindingen noemt men synapsen en hebben de eigenschap binnenkomende zenuwimpulsen te versterken of te verzwakken, als er een minimaal totaal netto zenuwimpuls doorkomt van die verbindingen (>= 1) wordt er een zenuwimpuls afgegeven door het biologische neuron, anders gebeurt er niets. Deze synapsen vormen het geheugen. Een ongebruikte biologische neuron kan niet afvuren (een zenuwimpuls afgeven) omdat dat neuron nog niet in een netwerk is opgenomen, tijdens gebeurtenissen zoals gedachten, ervaringen, leren etc. ontstaan er netwerken van neuronen.

Je kunt die zenuwpulsen voorstellen als 0 en 1, wel of geen signaal van een bepaalde sterkte, ze krijgen pas betekenis in samenhang met de hersendelen die informatie uitwisselen met die zenuwimpulsen (codering / decodering). Zo kan een biologische neuron een combinatie van 0 en 1 (bijv. 0100111010 via 10 verbindingen) ontvangen waardoor die synapsen zo worden ingesteld bij leren of gebeurtenis dat een netto zenuwimpuls wordt afgegeven, of niet. Dus op deze manier werken die synapsen als geheugen. Hoe meer iets blijft hangen in ons geheugen bijv. na leren, hoe meer deze synapsen blijvend worden ingesteld ofwel bijv. het geleerde is blijvend opgeslagen. Daarom hebben die synapsen plastische eigenschappen, dus na enige tijd verdwijnt die plasticiteit. Als we op deze manier iets in ons geheugen hebben opgeslagen, dan is er een blijvend netwerk van neuronen ontstaan, worden de eerste neuronen later weer geprikkeld met de juiste zenuwpulsen, dan wordt het geleerde of de herinnering aan een gebeurtenis weer opgehaald.

Het is misschien ook verhelderend een klein en simpel voorbeeldje te geven hoe een biologische neuron werkt. Dit geeft een beter inzicht in het geheel. Stel dat je voor een biologische neuron twee verbindingen (input) gebruikt, en die biologische neuron enkel een zenuwimpuls moet afgeven (output) indien via die twee verbindingen (van andere neuronen) ook een zenuwimpuls binnenkomt. Dit is technisch een zgn. AND poort in technische schakelingen. Een zenuwimpuls stelt een 1 voor, anders een 0 (geen zenuwimpuls afgegeven). Dus de biologische neuron moet een zenuwimpuls afgeven enkel voor 1 en 1, maar NIET voor 1 en 0, 0 en 1, 0 en 0. Dan voldoet de volgende wiskundige vergelijking : als ((s1 . i1) + (s2 . i2)) >= 1, dan een zenuwimpuls afgeven, anders niet. Hierbij zijn i1 en i2 de waarden 0 of 1 voor de twee verbindingen (input), s1 en s2 de ingestelde waarden 0,5 voor de biologische synapsen (die een zenuwimpuls versterken / verzwakken), de wiskundige vergelijking is dan te schrijven als (0,5 . i1 + 0,5 . i2) >= 1. Ga nu alle waarden na voor i1 en i2, dan blijkt dat enkel wanneer beiden 1 zijn, het biologische neuron een zenuwimpuls afgeeft. De beide biologische synapsen met ingestelde waarden 0,5 , werken nu als geheugen voor de vier combinaties van 0 en 1 (en resultaten, output). Een technische OR poort met dezelfde combinaties mag enkel GEEN zenuwimpuls afgeven voor de combinatie 0 en 0. De wiskundige vergelijking is dan te schrijven als (i1 + i2) >= 1. De biologische synapsen hebben dan ingestelde waarden 1.

En zoals met alles is men al 100 den jaren bezig met onderwerpen. Kunstmatige neurale netwerken bestaan al minstens 100 jaar, eerst eenvoudig en intussen al complexer. Het vereist veel wiskunde en vaak loopt dit uit op beperkingen, maar in onze echte hersenen loopt het allemaal feilloos. Maar kunstmatige neurale netwerken bestaan uit pure wiskunde (door kunstmatige neuronen met elkaar te verbinden en de waarden voor kunstmatige synapsen te berekenen) en zijn gewoon vastgelegd in geprogrammeerde code net zoals andere programma's in computers. Het zijn dus programmeertechnieken die problemen kunnen programmeren die op een andere manier veel complexer zouden zijn of zelfs onmogelijk, denk bijv. aan kentekenherkenning of gezichtsherkenning. En het werkt ook als er een zekere mate van vervuiling voorkomt in de gegevensaanlevering, denk bijv. aan een camera met een vervuilde lens of een kenteken met modder (of beschadigde tekens). Deze fouttolerantie werkt zo ook in onze biologische neurale netwerken.

Volgens een gelezen boek over kunstmatige neurale netwerken (AI) t/m 1995 heeft men al de volgende kunstmatige neurale netwerken ontwikkeld (bestaan vaak uit verschillende lagen kunstmatige neuronen):

  • het herkennen van patronen (vergelijk met hoe de hersenen cijfers, letters, handschriften etc. herkennen)
  • het vinden van behandelingen / medicijnen voor ziektes (dus het netwerk zoekt naar een ziekte n.a.v. de ingegeven symptonen)
  • het produceren van spraak (vergelijk met de hersenen hoe woorden moeten worden uitgesproken in een bepaalde context, nieuwe woorden en uitspraak kunnen worden gelezen door het netwerk)
  • het herkennen van spraak (vergelijk met hoe de hersenen spraak kunnen herkennen en dat op papier kan vastleggen)
  • het beoordelen van aangevraagde hypotheken (m.b.v. verstrekte gegevens aan het netwerk, een beoordeling maken of een hypotheek verstrekt kan worden i.v.m. risico analyses)

De laatste 30 jaar zal dit alles weer flink verbeterd zijn en natuurlijk zullen er nieuwe netwerken ontworpen zijn, maar dat weet ik dus niet, AI is persoonlijk niet mijn interesse gebied nu ik er meer over weet, en zie dit meer als een onderwerp / techniek voor de volgende generatie.

Net zoals met andere ontwikkelingen kan een mens overal misbruik van maken. Zo hebben we de atoombom ontwikkeld en ook gebruikt, zo zullen er ook wel legers ontwikkeld worden met robotsoldaten (domweg machines), we zijn wie we zijn. Gelukkig leven we maar kort zodat je die waanzin nooit lang hoeft mee te maken. Hoe lang we er ook zijn op deze wereld, we zullen met onze vondsten er nooit een paradijs van maken. Maar ik geloof niet dat een mens ooit de hersenen compleet kan simuleren, daar zijn ze echt te complex voor en kunnen we nooit helemaal ontrafelen. We zijn en blijven geheimzinnige wezens (wel met een groot ego) in een geheimzinnige wereld / ruimte.

Maar dit onderwerp toont weer aan dat alles wiskunde is. Mocht alles "echt" bestaan, dan is er wel veel toeval in het spel dat onze zeer ingewikkelde hersenen zo zijn ontstaan (eigenlijk onmogelijk, maar je kunt dat ook zeggen over de structuur van onze ruimte en materie)!

Nog wat verzamelde kennis en enkele samenvattende eigen gedachten voor o.a. mijzelf:
  • In 1949 heeft men ontdekt bij dieren dat als 2 verbonden biologische neuronen tegelijkertijd afvuren, dus een biologische neuron (presynaptische neuron) afvuurt die de input is van een andere biologische neuron (postsynaptische neuron) die ook gelijktijdig afvuurt, dat de synaps van die verbinding verdikt (dus binnenkomende zenuwimpuls wordt versterkt), sindsdien heeft men niet meer ontdekt dacht ik. Maar later bleek de tijd hierin ook belangrijk te zijn. Als het presynaptische neuron net voor het postsynaptische neuron afvuurt, wordt de verbinding versterkt, wat betekent dat het postsynaptische neuron nu gemakkelijker kan worden geactiveerd door presynaptische stimulatie. Als het presynaptische neuron echter net na het postsynaptische neuron afvuurt, wordt de verbinding verzwakt, wat betekent dat het postsynaptische neuron moeilijker te activeren is. Als de twee neuronen daadwerkelijk gelijktijdig afvuren, verandert de sterkte van hun verbinding niet. Nog een interessant document gevonden dat alles weergeeft over de huidige kennis van biologische synapsen, dat blijft een black box voorlopig ("https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8186004/#bib9"). Deze zin vond ik echter interessant : Deze observatie suggereert dat het postsynaptische neuron de plasticiteit op korte termijn van het presynaptische neuron "instrueert". Nu ga ik kunstmatige neurale netwerken beter begrijpen. Misschien dat de eerste kunstmatige neurale netwerken lang geleden bepaalde werkingen van de biologische neuronen veronderstelde, maar dat dit later ook zo is waargenomen, alhoewel het hoe nog een black box is. Dus dat is mijn bevestiging dat kunstmatige neurale netwerken toch een weergave zijn van onze hersenen, maar het hoe stellen we zelf in en is dus eenvoudiger.
  • Dus uit het bovenstaande volgt nu ook, dat een biologische neuron kan afvuren als die een 0 doorgeeft, maar omdat die later afvuurt dan het ontvangende biologische neuron levert dit geen bijdrage en kan het als een 0 beschouwd worden. Dus zou je denken dat een biologische neuron altijd afvuurt, maar de timing aangeeft of het een 0 of 1 moet worden. Maar het kan ook zijn dat als het een 0 representeert, dat het biologische neuron te laat kan afvuren of niet. Ook kan het zijn als ze gelijktijdig afvuren, het zowel een 0 als 1 kan zijn, de synapsen zijn al ingesteld voor de combinaties en laten gewoon een bepaalde geldige combinatie door.
  • Eerst dacht ik een mogelijkheid zou zijn dat een biologische neuron altijd afvuurt, en ook het netto zenuwimpuls onthoudt op een onbekende manier en de volgende keer enkel afvuurt wanneer hetzelfde netto zenuwimpuls wordt bereikt, dus maar 1 combinatie mogelijk maakt, maar die gedachte loopt vast in een neuraal netwerk. Het kan dus niet anders dat er meerdere combinaties een biologische neuron doen afvuren, en dus meer combinaties kan onthouden in de vele synapsen. Dus het raadsel blijft hoe een biologische neuron zijn output weet, dus welke netto zenuwimpuls gegenereerd moet worden via de vele synapsen. En als de output van een biologische neuron is aangesloten op de input van meerdere biologische neuronen, deze de output moet weten van elke aangesloten biologische neuron. Bij kunstmatige neurale netwerken hebben we deze voorkennis en kunnen we dit via de wiskunde realiseren (maar niet altijd). Dus er moet heel wat gerekend worden in de hersenen om dit ook te realiseren via de wiskunde, maar ons lichaam doet alles via stofjes hier en daar en bevat niet echt een wetenschappelijke calculator.
  • Een synapsspleet is een open ruimte gescheiden tussen beide biologische neuronen. Om bij te dragen aan de netto zenuwimpuls, worden in die spleet van elke synaps zgn. neurotransmitters (moleculen) overgeschoten naar de andere kant, dus van de presynaptische biologische neuron naar de postsynaptische biologische neuron, de postsynaptische biologische neuron heeft zgn. receptoren die de neurotransmitters ontvangen en op die manier een netto zenuwimpuls kan worden opgebouwd via de vele synapsen. Nu heb ik ook gelezen in een onderzoeksrapport dat de postsynaptische biologische neuron dit aantal receptoren kan regelen, misschien (maar dat weet ik dus niet zeker) om een netto zenuwimpuls te verzwakken of te versterken bijv. het is duidelijk dat het een 1 moet worden als output maar dat door omstandigheden het zenuwimpuls net te zwak is om af te vuren, of bijv. dat de zenuwimpuls veel te sterk wordt.
  • Ook ergens in een onderzoeksrapport gelezen, dat de axon (output) van een biologische neuron wel soms een meter lang kan zijn als deze ergens met een lichaamsdeel moet worden verbonden. Bepaalde moleculen in het lichaam nemen de axon mee op sleeptouw en zoeken hun weg (links, rechts, rechtdoor etc.) naar het lichaamsdeel bijv. een spier. Je zou dan gaan denken dat alles in het lichaam een identificatie heeft en dat zelfs neuronen een identificatie hebben. Dat brengt mij op een gedachte hoe de output van te voren bekend zou kunnen zijn in de synapsen (is dus gewoon een gedachte die helemaal niet waar hoeft te zijn), voor een bepaalde combinatie van 0 en 1 die naar verschillende biologische neuronen gaat gelijktijdig maar met een verschillende output. Stel dat je een combinatie hebt van 0 en 1 en daarnaast een tweede combinatie van de output van 0 en 1 voor verschillende biologische neuronen waarbij de volgorde aangeeft neuron 1, neuron 2 etc. Als je de tweede combinatie zou opnemen in elke 0 en 1 van de eerste combinatie, dan zou dat gecodeerd kunnen worden in de zenuwimpuls, wat een gewoon signaal is met een amplitude, die behoort bij elke 0 of 1 van de eerste combinatie (0 kan mogelijk toch horen bij een zwakke zenuwimpuls). Dan kun je de waarden (of toename waarde) door de synapsen zelf laten berekenen voor elke aangesloten biologische neuron omdat de output (0 of 1) van alle aangesloten neuronen in die zenuwimpuls verwerkt is maar gedecodeerd dient te worden. Zo ook voor de volgende laag biologische neuronen, dus de output moet wel van te voren bekend zijn, of aangevuld worden bijv. als het meteen live gaat zo tijdens het denken. Ik vraag me af of een biologische neuron middenin een biologisch neuraal netwerk apart benaderd kan worden van buitenaf voor een update van de synapsen, of dat enkel een biologische neuron geprikkeld kan worden door andere aangesloten biologische neuronen. Als dit laatste waar is zal van te voren in de hersenen het hele patroon van combinaties moeten worden bepaald voordat het opgeslagen kan worden in een netwerk van biologische neuronen, eerst zullen die combinaties in niet verbonden neuronen worden uitgevoerd (denk ik) zodat de synapsen zichzelf juist kunnen instellen of bijstellen met alle gegevens die aangeleverd worden in de combinaties. Op deze manier wordt dan laag voor laag aan elkaar verbonden. Dit was dus een gedachte maar geeft weer hoe het zou kunnen.
  • Ik zou dus denken dat er eerst een gedachte is, en die pas later wordt opgeslagen, zo kunnen de hersenen berekenen wat de waarden van de synapsen moeten zijn bij het vastleggen en eventueel de gedachte vastleggen door van achteren naar voren te werken. Maar omdat ditzelfde probleem optreedt bij het samenstellen van de nog niet opgeslagen gedachte via biologische neuronen, zou ik denken dat onze black box het bewustzijn moet zijn wat buiten de hersenen zou kunnen liggen, dus een AI machine nooit een bewustzijn kan krijgen, het blijft een machine. En zowel dieren als mensen een bewustzijn kunnen hebben buiten de hersenen. Maar goed, meer is er niet te bedenken voorlopig. Het is net als met de oerknal, het begin valt niet te begrijpen. Ik kan nu begrijpen dat er een deel van wetenschappers is die stelt dat het bewustzijn buiten de hersenen ligt waar bijv. ook onze gedachten ontstaan en worden opgeslagen, mogelijk dienen enkel de hersenen om onze gedachten (ook in de hersenen opgeslagen) met het lichaam te verbinden net zoals DNA aan ons lichaam verbonden is, ben benieuwd naar mijn volgende onderwerp 3b later.
  • AI wordt dus door de mens gecreëerd en is dus gewoon een hulpmiddel om bepaalde zaken automatisch voor elkaar te krijgen wat met de gangbare programmeermethoden niet lukt. Men kan er ook een robot door laten functioneren, dus een soort handige machine, maar het zal absoluut geen mens zijn met een bewustzijn ooit. We overdrijven graag, zijn al 6 miljoen jaren bezig in de wereld en krijgen een steeds groter ego als we iets meer weten. In de zelfsturende auto in het drukke stadsverkeer geloofde ik persoonlijk ook niet (zie oude tekst in mijn archief) en steeds komen er 10 jaar bij voor de ontwikkeling. De complexe hersenen van een mens kunnen meer overzien om ongelukken te voorkomen, daar kunnen enkele sensoren niet tegenop. Ik zie AI meer voor het vervangen van repeterende saaie werkzaamheden, de rest is vooral science fiction (voorlopig).
  • Mijn persoonlijke conclusie: Als je gaat rekenen om de biologische synapsen in te stellen voor diverse combinaties van 0 en 1 die bij een bepaalde gebeurtenis horen, dan kom je er al snel achter dat ieder probleem zijn eigen oplossingen kent wiskundig gezien (net als bij kunstmatige neurale netwerken). Maar ik ben er persoonlijk wel van overtuigd dat het in de hersenen eenvoudiger moet werken (wat van nature is ontstaan) dan in kunstmatige neurale netwerken. We hebben het idee van kunstmatige neurale netwerken opgedaan met de hersenen en het op een eigen manier ontwikkeld met veel wiskunde. Ik ben zelf een tijdje bezig geweest met het probleem voor een zgn. XOR poort die enkel opgelost kan worden in kunstmatige neurale netwerken via een zgn. Mandaline netwerk, hierin zijn dus meerdere kunstmatige neuronen opgenomen. Ik heb het idee (waar of niet waar) dat in 1 biologische neuron iedere groep van combinaties kan worden opgeslagen en dat er enkel zenuwimpulsen bestaan die een 1 representeren (dus steeds eenzelfde signaal), en geen zenuwimpuls representeert een 0, en negatieve waarden komen dus niet voor. Ik denk dat er altijd een waarde 1 moet worden toegevoegd aan een combinatie, indien een combinatie niet is te verenigen in de groep. Er moet dus altijd een extra biologische synaps zijn voor dit doeleinde (ontvangt deze een 0 dan levert deze geen bijdrage aan de totaal netto zenuwimpuls, bij een 1 wordt de totaal netto zenuwimpuls van tenminste 1 gehaald). In de voorbeelden boven met AND of OR poort hoeft er geen 1 te worden toegevoegd, er hoeft geen extra biologische synaps te worden ingesteld. Maar een XOR poort heeft een lastige combinatie 1 en 1 die 0 moet worden. De combinaties voor een XOR poort zijn: 1 en 1, 0 en 0, moeten 0 worden, 1 en 0, 0 en 1, moeten 1 worden. Dit is oplosbaar door een extra biologische synaps een 1 te geven voor de combinaties 1 en 0, 0 en 1. De wiskundige vergelijking wordt dan: (0,4 . i1 + 0,4 . i2 + 0,6 . i3) >= 1.
    Ik ga er nu niet meer over nadenken en weer verder met andere onderwerpen. Men probeert dit al 100 jaar op te lossen en nog niemand is er uitgekomen, dus zal het wel gecompliceerd in elkaar zitten. Wat een toeval toch allemaal in de natuur ..
  • Wetenschappers zijn al in staat een serie hersencellen ontvankelijk te maken met bepaalde chemische stofjes zoals de hersenen dat zelf ook doen, voor een eerste gebeurtenis die gaat plaatsvinden en dan opgeslagen gaat worden in die hersencellen. Als men die bewuste hersencellen dan later weer prikkelt met de juiste zenuwimpulsen, dan gebeurt die gebeurtenis of herinnering aan die gebeurtenis opnieuw.

3b.
Leven of bewustzijn na de dood (toegevoegd in juli 2024)

i) Geraadpleegde bronnen zijn het boek "Eindeloos bewustzijn (23 ste druk)" van P.v.L., Wiki diverse informatie, wat wetenschappelijke verslagen, en aangevuld met wat eigen gedachten

Interessant boek om te lezen over de BDE (nu NDE genoemd), de schrijver heeft zich ook veel verdiept in andere wetenschappen zoals de kwantummechanica om verklaringen proberen te vinden.

Ikzelf heb ook iets bijzonders meegemaakt (enigste keer in mijn leven), geen NDE, maar ook iets wat ik nooit zal vergeten. Als je in mijn archief leest zie je een gemaakte opmerking over een Engelse wetenschapper kort na zijn overlijden, waarbij het mij van binnen toch zat te wringen, moet ik die opmerking weglaten of niet, ik heb deze toch laten staan. Na ongeveer 1 week hoorde ik tijdens een diepe slaap een harde deurbel (ding dong) in mijn hersenen waarbij ik wakker overeind schoot, voor mij zag ik een groot scherp beeld van die wetenschapper die mij aankeek, en vervolgens vervaagde dat beeld langzaam tot het weer verdwenen was. Zoiets kan uit het onderbewuste komen, dacht ik, uit een soort schuldgevoel, maar als een wetenschapper contact zou kunnen maken op de een of andere manier, dan had deze wetenschapper wel de juiste papieren, want was veel bezig met naast elkaar bestaande (parallelle) werelden / ruimten.

In mijn eigen archief ben ik ook veel bezig geweest met een onzichtbare ruimte die ik uiteindelijk de vierde dimensie noemde, zie onderwerp 3c. Omdat ik daar het tijdloze met licht verbindt, binnenin een lichtgolf of elektromagnetische golf is de tijd 0 of tijdloos volgens mijn gedachten, zou het bewustzijn zich best in de vierde dimensie kunnen bevinden (waar in oneindige delen geen tijd en geen ruimte hoeft te bestaan zoals wij die kennen, ook zou een derde dimensie met ruimte en tijd tegelijkertijd overlapt kunnen zijn met een derde dimensie zonder ruimte en tijd, dus de zichtbare en onzichtbare ruimte zijn verweven met elkaar) en via elektromagnetische golven (licht) met de hersenen kunnen communiceren, een soort verstrengeling zoals tussen twee lichtdeeltjes (het is een beginnende ontdekking, zie onderwerp 3c), maar nu tussen neuronen en direct verbonden met de vierde dimensie. Op die manier zouden neuronen ook aangestuurd kunnen worden vanuit de vierde dimensie ofwel ons bewustzijn. Het lichaam is nodig om gedachten te visualiseren en om gevoelens ook echt te voelen. Ik ga hierna de kwantummechanica in details bestuderen en ben benieuwd of ik mijn eigen ideeën beter kan uitbouwen.

Ik ben wel altijd verbaasd dat een gemiddelde wetenschapper nergens in gelooft (ik heb het dus niet over de schrijver van het boek). Juist een wetenschapper zou moeten zien hoe verschrikkelijk eigenaardig de wereld in elkaar zit, de wetenschapper zoekt steeds verder met een hoog enthousiasme maar doet dit dus enkel om zijn tijd plezierig te besteden, daarna is dood is dood voor altijd. Einstein was niet zo, die geloofde niet letterlijk in een persoon zoals God, maar voelde wel de mystiek van het bestaan maar zoals voor de meesten onder ons als een vraagteken. Ook moeten we niet vergeten, we hebben wel hersenen, maar mogelijk zijn deze gelimiteerd zodat we met onze gedachten maar een gelimiteerd level kunnen bereiken, wij staan niet boven de natuur maar zijn er een onderdeel van, de natuur laat ons toe tot een bepaald niveau te denken.

Als senior heb je meer tijd om dieper over alles na te denken. Normaal ben je met zoveel dingen bezig als een soort automaat / robot, en gaat het korte leven intussen razendsnel voorbij. Als ik echt zou denken dat het leven helemaal geen doel heeft, zou ik nog geen minuut langer willen leven, alles zou 0% betekenis hebben wat je ook doet. Ik kan me niet voorstellen dat alles om ons heen zomaar uit niets en uit zichzelf is ontstaan en zo intelligent in elkaar zit. Ik kan wel begrijpen dat mijn level van denken gelimiteerd is en het daarom ook niet kan begrijpen, ik ben onderdeel van de natuur maar sta er niet boven, het is dus niet andersom. Daarom is het gewoon afwachten wat er letterlijk na de dood gaat gebeuren. Ik twijfel natuurlijk ook constant, want hoe intelligent ook alles in elkaar zit, dat vind ik niet terug bij de medemens, generatie na generatie. Die blijft eeuw na eeuw hetzelfde (al 6 miljoen jaar lang) en voert constant oorlog en ziet nog steeds niet het onzinnige van zijn handelen in. Is niet in staat dat patroon te doorbreken, is egoïstisch en hebzuchtig, is laf, agressief, onbetrouwbaar en onverschillig, is eenvoudig te manipuleren, heeft nooit genoeg en ziet de limieten van de natuur niet, is niet in staat een betere wereld voor elkaar te creëren, is hypocriet en ziet enkel valse onrechtvaardigheden. Waarom zou zo'n wezen beloond moeten worden, is dit leven misschien een leerschool voor een vervolg maar waarom dan? Ik ga er voorlopig maar vanuit dat ik niet het level heb om het te begrijpen en wacht maar af en ben blij dat het eindig is in deze wereld, zodat aan die voortdurende irritatie een einde komt ..

3c.
De vierde dimensie (toegevoegd in juli 2024)

i) Geraadpleegde bronnen zijn het boek "Teleportatie (en andere mysteries in de kwantummechanica)" van A.Z., Wiki diverse informatie, wat wetenschappelijke verslagen, en aangevuld met wat eigen gedachten

Twee gelijksoortige deeltjes (bijv. twee lichtdeeltjes, fotonen genoemd, of twee elektronen etc.) kunnen met elkaar in contact staan op een theoretische oneindige afstand van elkaar (bijv. een deeltje op Aarde en een deeltje op Mars) en toch onmiddellijk op elkaar reageren, als bijv. een eigenschap van het ene deeltje gewijzigd wordt (bijv. de spin van een elektron d.w.z. de draairichting), wordt dezelfde eigenschap bij het andere deeltje ook onmiddellijk gewijzigd (dus krijgt in dit voorbeeld ook dezelfde draairichting, of in sommige experimenten een tegengestelde draairichting). Een eigenschap van een lichtdeeltje (foton) is bijv. de polarisatie van het bij het lichtdeeltje behorende lichtgolf (denk bijv. aan lichtfilters waarbij bepaalde lichtstralen met een bepaalde polarisatie kunnen worden uitgefilterd zoals in een zonnebril).

Maar dit kan enkel plaatsvinden wanneer die twee deeltjes met elkaar verstrengeld zijn. Als twee deeltjes met elkaar verstrengeld zijn, zijn deze in een toestand dat ze nog geen waarde voor een eigenschap hebben aangenomen, dus geen enkele eigenschap heeft een waarde, bijv. de spin van een elektron heeft nog geen richting. Pas als een eigenschap een waarde aanneemt door een of andere natuurlijke oorzaak, of bijv. dat een eigenschap door meetapparatuur wordt gemeten, het wordt dan gedwongen een waarde aan te nemen, zal die waarde van die eigenschap van het deeltje ook bij het verstrengelde deeltje worden aangenomen. Zodra een deeltje in die verstrengelde toestand een eigenschap heeft aangenomen (waarschijnlijk hebben alle eigenschappen dan een waarde aangenomen), komt ook aan de verstrengeling een einde. Best wel logisch want het doel van de verstrengeling zal zijn om er zeker van te zijn dat beide deeltjes dezelfde eigenschappen krijgen onafhankelijk van hun afstand.

Hoe krijgt men die deeltjes in een verstrengelde toestand? Bijv. bij lichtdeeltjes (fotonen) gaat dit het makkelijkst door een lichtdeeltje te laten splitsen in een speciaal kristal waardoor er twee verstrengelde deeltjes ontstaan. Bijv. bij elektronen moet de temperatuur eerst verlaagd worden naar rond het absolute nulpunt (ongeveer rond -273 graden Celsius ofwel ongeveer rond 0 graden Kelvin), botsingen d.m.v. verstrengelde lichtdeeltjes (fotonen) met die elektronen, creëren een verstrengelde verbinding tussen die elektronen onafhankelijk van hun afstand.

Dit idee kwam theoretisch van Einstein als een paradox, want geloofde in beginsel niet in de kwantummechanica. Als deze verstrengelde verbinding mogelijk kon zijn, moest er sprake zijn van verborgen parameters (grootheden) om het doorgeven van de eigenschappen aan beide deeltjes onafhankelijk van hun afstand te verklaren. Daarmee ben ik het volledig eens (volgens mijn gedachten), er moet altijd een verklaring bestaan, ook al is men nog niet in staat tot op heden zo'n verklaring te vinden, dus bestaan er altijd verborgen parameters (grootheden) die men nog niet kent in dit geval. Op het bewijs (?) van 30 jaar later dat deze niet kunnen bestaan (de zgn. schending van de ongelijkheid van Bell), kom ik later op terug.

Als je in mijn archief leest, ben ik al eens met dit onderwerp bezig geweest. Verstrengeling van deeltjes kan tot stand komen als ze dicht bij elkaar staan, maar meestal m.b.v. lichtdeeltjes (fotonen) als de afstanden groter zijn of theoretisch oneindig. Mijn idee is dat verstrengelde lichtdeeltjes een pad creëren waarin de tijd 0 is ofwel tijdloos is. Want licht heeft de grootste mogelijke snelheid voor ons als waarnemer bezien. Dus binnenin een lichtgolf of lichtdeeltje (foton) staat de tijd stil, er kan niets meer bewegen bezien vanuit een lichtdeeltje. De lichtsnelheid door een glaskabel is maar 2/3 van de lichtsnelheid buiten de glaskabel, maar dan nog blijft dit gelden binnen die glaskabel, want er is niets wat sneller door die glaskabel kan bewegen. Bij allerlei experimenten met verstrengelingen d.m.v. lichtdeeltjes zie je dat die paden elkaar gekruist hebben, dus via die paden contact hebben gehad met elkaar. Dat moet dus iets betekenen volgens mij. Volgens mij hebben verstrengelde deeltjes contact met elkaar via de vierde dimensie waarin denk ik in oneindige delen geen ruimte en tijd bestaan, die bestaat volgens mij enkel in de derde dimensie, in de wereld om ons heen zoals wij die kennen (ook zou een derde dimensie met ruimte en tijd tegelijkertijd overlapt kunnen zijn met een derde dimensie zonder ruimte en tijd, dus een zichtbare en onzichtbare ruimte verweven met elkaar). Denk bijv. aan het concept (parallelle) werelden / ruimten die naast elkaar kunnen bestaan via de vierde dimensie. In de wiskunde is alles mogelijk zolang het maar wiskundig klopt. Ik heb al eens aangegeven in mijn archief met figuur 0.2A hoe deeltjes op die manier verstrengeld zouden kunnen zijn, zoals bekend is hoeven vectoren (die pijltjes) in de wiskunde niet visueel te zijn en zeker niet in een vierde dimensie (dat is helemaal onbekend terrein voor ons). De verbinding via de vierde dimensie zijn in dit geval de verborgen parameters (grootheden).

Dat niets sneller dan het licht kan reizen, ook informatie niet, klopt dan nog steeds, want zo'n verbinding in de vierde dimensie is geen snelheid, daar bestaat geen ruimte en geen tijd. Ook als twee verstrengelde deeltjes zich in systemen bevinden waar de tijd anders verloopt, bijv. op Aarde en in een raket met grote snelheid in de ruimte, zijn er gewoon twee verschillende tijden met elkaar verbonden (die men normaal al kan omrekenen), zodra men iets met die verbinding doet zoals een eigenschap meten aan een deeltje, is de verbinding weg (niet als men enkel de status van die deeltjes op afstand verandert). Het is wel zo dat die verschillende tijden geen gelijktijdige momenten hoeven te zijn, maar mogelijk wordt dit wiskundig gezien toch gecompenseerd dat de verbinding niet altijd exact een onmiddellijk effect heeft maar zich houdt aan gelijktijdigheid, dit vereist dus volgens mij moeilijk of onmogelijk onderzoek.

Nog een ander voorbeeld over de vierde dimensie uit mijn archief. Bewegingen zijn waarschijnlijk niet continue volgens de kwantummechanica, dus bijv. als een auto een bepaalde snelheid heeft, blijft de auto korte tijd op dezelfde locatie, en gaat daarna tijdloos naar de andere locatie, immers de beweging is niet continue. Als dit snel genoeg gaat lijkt de auto een continue beweging te maken. Dit geldt natuurlijk ook voor elk deeltje van die auto bijv. een elektron etc. Volgens mij is dit ook weer een functie uit de vierde dimensie, de auto of elektron tijdloos in zijn geheel te verplaatsen (over een zeer korte afstand weliswaar).

Hoe zie ik de vierde dimensie? Eerst dacht ik dat er een onzichtbare ruimte moest zijn verweven met de zichtbare ruimte. In de onzichtbare ruimte die geen ruimte en tijd bevat zoals de zichtbare ruimte, wordt wel alles aangestuurd vanuit die onzichtbare ruimte. Later noemde ik die onzichtbare ruimte de vierde dimensie. Daar is oneindig veel (eventuele gescheiden) opslag mogelijk (in wiskundige vorm) om eventuele vele (parallelle) werelden / ruimten aan te sturen (als die er bestaan, anders maar 1), het is volgens mij niet nodig daar nog meer dimensies in te betrekken.

Wat is het verschil tussen een globale tijd een lokale tijd (zoals ik denk)? Met tijd bedoel ik natuurlijk het ritme van de tijd, loopt de klok langzamer of sneller in vergelijking. Bijv. op Aarde kennen we een tijd die overal gelijk is en wordt bepaald door de totale energie van de Aarde (reizende door de ruimte) zoals ik denk. Op een locatie die niet beweegt t.o.v. de Aarde is de lokale tijd gelijk aan de globale tijd. Op bewegende structuren op Aarde (denk aan een trein / vliegtuig etc.) gaat de lokale tijd langzamer, maar we meten de globale tijd van die beweging als stilstaande waarnemer op Aarde, binnenin de trein of vliegtuig meet een meereizende waarnemer de lokale tijd, immers een bewegend object heeft meer energie gekregen (door energie uitwisseling, bijv. brandstof), maar de totale energie van de Aarde blijft gelijk. De tijd van bewegende elementaire deeltjes (of van allerlei soorten deeltjes) wordt volgens mijn gedachten gemeten in de globale tijd of in de lokale tijd van de bewegende structuur waarbij dat deeltje hoort. Dus de tijd van een bewegende structuur zoals de Aarde of een bewegend object op Aarde wordt bepaald door de emergente energie (het totaal van energie van die bewegende structuur). Net zoals ik denk dat de lokale tijd op een lichtdeeltje 0 of tijdloos is, denk ik ook dat de lokale tijd op een elementair deeltje (of van allerlei soorten deeltjes) ook 0 of tijdloos is. Wat gebeurt er volgens mijn gedachten dan met een elektron op het absolute nulpunt 0 graden Kelvin (-273 graden Celsius)? Dit elektron heeft nog steeds dezelfde energie die bijdraagt aan de emergente energie van de Aarde, maar de extra lokale bewegingsenergie (die ook bijdraagt aan de emergente energie van de Aarde) is omgezet en is daardoor 0 geworden. Nu wordt de lokale tijd van 0 of tijdloos zichtbaar, het elektron is op meerdere plaatsen lokaal tegelijkertijd waarneembaar, volgens mij een effect van tijdloosheid. In de vierde dimensie zijn deze meerdere plaatsen volgens mij tijdloos met elkaar verbonden. Zo denk ik verder dat lichtdeeltjes met een lokale tijd 0 of tijdloos, ook allemaal met elkaar verbonden zijn in de vierde dimensie, tenminste zeker binnen dezelfde lichtgolf.

In een kwantumcomputer maakt men gebruik van de toestand ofwel status van een deeltje dat deze nog geen waarde voor eigenschappen heeft aangenomen, deze hoeft nog niet verstrengeld te zijn maar ook verstrengelde deeltjes worden gebruikt. Men kan namelijk de kans veranderen dat een bepaalde waarde voor een eigenschap wordt aangenomen en die kans kan tussen de 0 en 100% liggen, dus als die kans minder dan 50% is wordt die waarde van die eigenschap meestal NIET aangenomen en als de kans groter dan 50% is wordt die waarde van die eigenschap meestal WEL aangenomen. Een bit in een gewone computer kan 0 of 1 zijn, maar de kans van de waarde van een eigenschap in zo'n deeltje kan tussen de 0 en 100% liggen, dus zijn er oneindig veel mogelijkheden. Zodra men het deeltje meet, zijn er twee mogelijkheden, het heeft die waarde van die eigenschap en noemt men 1 of niet wat men 0 noemt. Dus net zoals in een gewone computer geeft zo'n deeltje een 1 of 0 als mogelijkheid. Maar is dan de vraag, wat heb je aan die kansen? Bepaalde wiskundigen hebben strategieën ontwikkeld dat je die kansen kunt benutten om bepaalde problemen op te lossen bijv. het zoeken naar een beste oplossing in een bepaald probleem, zoals met gewone computers wordt berekend, maar een kwantumcomputer is veel en veel sneller. Omdat er met kansen wordt gewerkt, moet men zo'n strategie meerdere keren herhalen, het resultaat wat het meeste voorkomt, is de oplossing van het probleem. Je moet er zelf over lezen om het een beetje beter te snappen. Als ik hierna de kwantummechanica dieper ga bestuderen kan ik dit later mogelijk beter uitleggen.

Bijv. Microsoft heeft een kwantumcomputer die over het internet door iedereen gebruikt mag worden (zoek op "azure") als je eerst een account aanmaakt. Deze kwantumcomputer kan met een speciaal daarvoor ontwikkelde computertaal geprogrammeerd worden, men mag dus zijn eigen programma schrijven en uitproberen. Bij drukte moet men een aantal dagen wachten op het resultaat. Het wonderlijke van zo'n kwantumcomputer is dat er echt statussen van deeltjes kunnen worden gewijzigd bijv. bij een temperatuur van -273 graden Celsius. Men kan zelfs de verstrengeling tussen twee deeltjes zelf uitvoeren zoals wetenschappers dat doen in laboratoria en dus bezien wat de resultaten zijn bij metingen (m.b.v. programma-instructies). Bij elke programma-instructie wordt iets automatisch uitgevoerd, bijv. een deeltje met laserlicht beschijnen wat dus aanvankelijk in laboratoria door wetenschappers werd uitgevoerd etc.

Dus eerst dachten we aan elementaire deeltjes zoals lichtdeeltjes of elektronen als een hoopje energie, nu blijken het dus kleine systeempjes te zijn die eigenschappen een waarde kunnen geven volgens een kansberekening die door ons te beïnvloeden is. De natuur zit wonderlijk in elkaar en de bodem wordt steeds niet bereikt, steeds is er iets nieuws te onderzoeken. Zo heeft men ook al een foto kunnen maken van twee verstrengelde lichtdeeltjes (zoek op internet) net als ze het kristal verlaten hebben. Je ziet dat ze gesplitst zijn door een identieke breuklijn, het zijn geen bolletjes, maar twee lichtgevende vlekken. Einstein vond het jammer op zijn 70ste dat hij nooit begrepen had wat licht was, dat lijkt mij wel logisch, we begrijpen helemaal niets, we vinden enkel de verbanden zover de natuur het toelaat. Daarom kunnen we bijv. ook vliegen. Een uitvinding is ontdekken wat de natuur toelaat.

Hoe dieper we gaan graven, hoe meer eigenaardigheden we zullen vinden. We proberen zoiets als een abstracte vierde dimensie nog te negeren, mogelijk komt er een dag dat we er niet meer omheen kunnen, en komen we er steeds meer achter in wat voor eigenaardige wereld en ruimte we leven.

Nog terugkomende op de schending van de ongelijkheid van Bell hierboven. Eerst het volgende voorbeeld met identieke tweelingen, daarna over verstrengelde deeltjes die ook als identieke tweelingen kunnen worden beschouwd voor hun te meten eigenschappen.

Als men twee identieke tweelingen heeft, kan men de lengte (groot of klein in dit geval) of kleur ogen (blauw of bruin in dit geval) of haarkleur (zwart of blond in dit geval) meten bij 1 van de identieke tweelingen en weet men tevens dat dit hetzelfde zal zijn bij de andere identieke tweeling. Dit verklaart men met de verborgen parameter (grootheid) DNA die bij de identieke tweelingen gelijk is voor die te meten eigenschappen. Als men een grote groep identieke tweelingen paren heeft, kan men wiskundig het volgende beredeneren: ("het aantal grote blauwachtige tweelingen") is kleiner of gelijk aan (("het aantal grote tweelingen met zwart haar") + ("het aantal blauwachtige tweelingen met blond haar")). Dit noemt men de ongelijkheid van Bell. Maar hier zijn dus 3 eigenschappen bekend.

Ditzelfde kan men beredeneren voor een grote groep verstrengelde deeltjes paren met drie eigenschappen x, y en z met waarden 1 of 0, wat die ook mogen zijn. De ongelijkheid van Bell zou dan zijn: ("het aantal deeltjes met x1 en y1") is kleiner of gelijk aan (("het aantal deeltjes met x1 en z1") + ("het aantal deeltjes met y1 en z0")). Maar hier worden steeds 2 eigenschappen gemeten, en iedere eigenschap aan het andere deeltje in het paar. Deze ongelijkheid van Bell schijnt bij verstrengelde deeltjes niet te kloppen wat men daarom de schending van de ongelijkheid van Bell noemt.

Dit geeft bij mij toch enige onvrede want bij de identieke tweelingen kent men 3 eigenschappen en bij de verstrengelde deeltjes meet men maar 2 eigenschappen. Men meet die 2 eigenschappen ook steeds bij het andere deeltje, dus bijv. x1 aan het ene deeltje van het paar en y1 aan het andere deeltje van het paar, maar zou niet uit mogen maken, want wat men meet zou ook voor het andere deeltje gelden, men meet gelijktijdig dat ze nog verstrengeld zijn, na de meting is de verstrengeling verbroken. Maar als men maar 2 eigenschappen meet bij de identieke tweelingen heb ik ook een voorbeeld dat de ongelijkheid van Bell geschonden wordt : bijv. men meet groot en blauw voor 1 paar, alle overige paren zijn een combinatie van klein, blauw en zwart haar of een combinatie van klein, bruin en blond haar. Net zoals bij de verstrengelde deeltjes mag men hier ook niet, de niet gemeten derde eigenschap beredeneren.

4.
Een analyse van de kwantummechanica (doorlopend bijgewerkt in 2024)

i) Geraadpleegde bronnen zijn de boeken "Principles of Quantum Mechanics" en "Basic Training in Mathematics (A Fitness Program for Science Students)" van R.S., Wiki diverse informatie, wat wetenschappelijke verslagen, en aangevuld met wat eigen gedachten. Voorlopig als extra naslagwerk voor feiten het gloednieuwe boek "Power of the Invisible (The Quantessence of Reality)" van S.B., later ga ik dit volledig lezen.

Bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus ik ga toch mijn analyse afmaken van de kwantummechanica, het is te interessant i.v.m. het begrip tijdloosheid!

Ook de nieuwsgierigheid is groot, waarom de relativiteitstheorie nog niet past in de kwantummechanica. Mochten we na de dood op geen enkele manier voortbestaan, dan heb ik dit nog tijdig geweten, welk nut dat ook mag hebben 🙂.

inkrimping verticaal

Figuur 1 (behorende bij voorbeeld van gelijktijdigheid hierboven, en inkrimping verticaal, dus loodrecht op de bewegingsrichting) (in ons systeem dus 0,75s / c, in het bewegende systeem wordt mogelijk 0,866 gemeten maar ik denk nu 1)



inkrimping horizontaal

Figuur 2 (behorende bij voorbeeld van gelijktijdigheid hierboven, en inkrimping horizontaal, dus in de bewegingsrichting) (in ons systeem dus 0,75s / c, in het bewegende systeem wordt mogelijk 0,866 gemeten maar ik denk nu 1)



inkrimping eenheden en objecten

Figuur 3 (behorende bij voorbeeld van gelijktijdigheid hierboven, inkrimping eenheden en objecten)



5.
Evaluatie, 1 jaar later (bijgewerkt dec. 2023)

De oude versie van deze (eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie) website is te vinden in dit web archief. Maar ik heb de meest recente inhoud hiervan kunnen opnemen in een subdomein "archivarix.from-einstein-to-the-united-nations.eu", ik wil deze niet laten indexeren dus zelf de naam kopiëren in de browser, inloggegevens zijn fetun / vcndfheu@#$

Inmiddels is de Engelse versie van deze website niet meer in Google te vinden (sinds dec. 2023 ook niet meer in Bing), kan te maken hebben met mijn andere onderwerp (vetorecht)! In andere zoekmachines nog steeds vindbaar. Helaas heeft de EU geen eigen zoekmachine en bepaalt de USA bijna alles in de wereld! We zijn dus nog een provincie van de USA, maar ik ben toch blij dat wij in de EU meer geld uitgeven aan sociale zaken waardoor iedere inwoner het beter krijgt en geld niet enkel wordt uitgegeven aan ziekelijke uitbreiding van macht!

Ik heb na 1 jaar pauze toch weer zin in het onderwerp (het wordt weer najaar / winter), maar concentreer me wel meer op de kwantummechanica en op het onderwerp tijdloosheid waarmee 10 jaar geleden mijn interesse is begonnen (zie "Een analyse van de kwantummechanica" hierboven). Met tijdloosheid bedoel ik niet dat wij onsterfelijk zijn in stoffelijke vorm, wij kunnen enkel in stoffelijke vorm in tijd bestaan en hebben een houdbaarheidsdatum (zie hoofdstuk 2, alles wat tijd ervaart bestaat in stoffelijke vorm ofwel positieve energie). Mogelijk blijven we in een andere vorm bestaan.

Ik ga mijn oude tekst uit het web archief nog eens nalezen en belangrijke dingen (persoonlijk belangrijk voor mij, het is een soort privéblog) nog in de bovenstaande tekst verwerken / corrigeren. Dat heb ik reeds nagelezen.