Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie
en een andere gedachte over ons bestaan


Inhoudsopgave:

1.
Inleiding

2.
Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie

3.
Een andere gedachte over ons bestaan

4.
Een analyse van de kwantummechanica


1.
Inleiding

Als ik hier over het duivelse USA schrijf, bedoel ik de machthebbers en niet de gewone mensen, die zijn meestal gewillig maar ook erg manipuleerbaar.

De inhoud van beide gerelateerde websites "Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie" (uitgeprint zo’n 100 pagina's tekst) en "Stop het vetorecht in de Verenigde Naties" heeft zo'n 10 jaar op internet gestaan (2012 – maart 2022), waarbij ons mysterieuze bestaan gekoppeld is aan de Verenigde Naties in een persoonlijke poging het leven op onze Aarde aanzienlijk te verbeteren door intense samenwerking. Ik geloof daar sterk in. Uit frustratie doordat het duivelse USA gelukt is een oorlog aan te jagen tussen Rusland en de Oekraïne waarbij de haat tegen Rusland zo groot is geworden, dat we weer 50 jaar terug in de tijd zijn geworpen (later meer uitleg in de Verenigde Naties website), het duivelse USA heel gelukkig, heb ik de gehele inhoud verwijderd met het gevoel dat de Aarde toch een planeet is waar grote achterlijkheid heerst en het mogelijk nog wel 1000 jaren zal duren (of nooit) wil die samenwerking ooit verbeterd worden. Ik had beide domeinen al opgeschoond, alle backups verwijderd, de oorspronkelijke teksten en documentatie zijn definitief verloren, alle studieboeken zijn weggegeven, maar wil achteraf toch nog enige tekst eenmalig toevoegen als afsluiting van dit persoonlijk streven. Ik zal hierna niet meer met de onderwerpen bezig zijn en ben erg blij dat het leven kortdurend is op deze stompzinnige planeet (ben gelukkig al 65). Op dit moment (gaat wel weer over) zie ik enkel idioten om mij heen, een soort halve wilden die mentaal maar op hetzelfde niveau blijven hangen eeuw na eeuw, technisch groeit men wel.

Mijn website "Stop het vetorecht in de Verenigde Naties" is erg anti USA denken (later meer uitleg in die website). Opmerkelijk is dat beide websites altijd bovenaan hebben gestaan op Bing zowel in het Nederlands als het Engels met eenvoudige zoekwoorden. In Google enkel in het Nederlands maar in het Engels nagenoeg onvindbaar, dus heb mijn teksten nooit goed wereldwijd kunnen verspreiden. Ik heb dat met andere kritieke stukjes ook gezien, Google is een publieke machine voor de lokale taal / land. In het Engels is het voornamelijk een publieke machine voor de USA, vandaar dat de inwoners van de USA zelf deze kritieke stukjes niet te lezen krijgen. Net zoals in andere grootmachten dus. Daarom zou alles wat publiekelijk is zoals op internet onder de VN moeten vallen, dan heb je echt de grootst mogelijk te bereiken vrijheid. Maar ja, van de andere kant bezien kun je via ophitsen ook conflicten veroorzaken zoals we bijv. in het Midden-Oosten en Oekraïne hebben gezien. Maar in een VN zonder vetorechten en met wereldleger, is deze kans natuurlijk zeer laag geworden.

2.
Eenvoudige uitleg Einstein's relativiteitstheorie

Alle originele tekst is verloren gegaan, dus ik zal teksten naar boven moeten halen die nog in mijn geheugen zitten. Misschien heeft dit het voordeel dat ik nu mijzelf moet dwingen bepaalde zaken nu korter en bondiger uit te leggen en in een logische volgorde, de inspiratie tot lange uitleg is weg (dus geen gedetailleerde uitleg meer). Dit heeft mogelijk een idee opgeleverd om ook verticale inkrimping te beredeneren, zie tekst. En nogmaals zoals ik het zelf bedacht heb naast feiten uit de relativiteitstheorie en kwantummechanica, of het de waarheid is moeten anderen maar beoordelen. Het is nu een korte samenvatting geworden (uitgeprint zo'n 16 pagina's), voor een volledig begrip zoals ik denk, moet deze samenvatting volledig worden gelezen t/m de laatste zin omdat ik steeds wat toevoeg / opbouw.

In 2012 kwam in mij het idee op van het tijdloze, een tijdloze verbinding tussen verstrengelde deeltjes. Het concept van verstrengelde deeltjes in de kwantummechanica is dat het ene deeltje op de Aarde kan zijn, het andere deeltje op Mars, en doordat ze verstrengeld zijn met elkaar kan men een eigenschap van het ene deeltje veranderen die dan onmiddellijk wordt doorgegeven aan het andere deeltje. Men kan dit nog niet verklaren maar mijn idee is dat het een tijdloze verbinding is. Toen ben ik begonnen mij te verdiepen in het concept tijd (duur) in de speciale relativiteitstheorie van Einstein om uiteindelijk dit te ontrafelen in de kwantummechanica. Zoals boven beschreven ben ik helaas op de valreep niet zo ver kunnen komen, en nu is mijn interesse weg. Maar wil wel nu een overzicht geven, en dus doorgeven aan anderen, hoe ik tegen deze zaken nu aankijk, en kort samengevat. Dan is de laatste 10 jaar niet helemaal verloren tijd geweest.

(v = snelheid van een willekeurig object bijv. een raket; c = de lichtsnelheid van 300.000 km / seconde, deze seconde kan ook een vertraagde seconde zijn; of ik geef soms de afstand aan met c = 300.000 km, zodat men met afstand het aantal seconden kan berekenen; met een object bedoel ik materie ter onderscheid van licht wat geen materie is, bestaat uit andere deeltjes; m = de massa van materie, geeft de hoeveelheid materie aan, sinds Einstein is het eigenlijk de hoeveelheid energie, licht bestaat niet uit materie, maar heeft wel energie; tijdsvertragingsfactor = √(1 - (v2 / c2)); γ = (1 / √1 - (v2 / c2)); wanneer ik hier een aantal x seconden s noem, dan zijn dat de normale seconden zoals we die kennen, soms is eraan toegevoegd snelle of langzame s, maar dat is enkel om te benadrukken of die seconden uit de snelle of langzame tijd komen, maar het blijven de standaard seconden s)

  • Volgens mij is het uit het niets positieve en negatieve energie ontstaan, waarbij positieve energieën elkaar aantrekken (denk aan de zwaartekracht) en positieve energie en negatieve energie elkaar afstoten. Bij de oerknal is deze energie uit het niets ontstaan waarbij materie (of licht) door de positieve energie gepresenteerd wordt, en ruimte zelf door de negatieve energie wordt gepresenteerd. Dus materie (positieve energie) ondervindt tegenwerking in de ruimte van de negatieve energie die overwonnen moet worden. Niemand weet wat energie is, wel dat het niet verloren kan gaan en alle bewegingen rekenkundig kan verklaren. Positieve energie zit opgeslagen in deeltjes (ruimte bestaat ook uit transparante deeltjes maar met negatieve energie) en tijdens de oerknal is alles in beweging gezet en heeft zodoende alles positieve energie gekregen, zodat dit model rekenkundig klopt. Zoals bekend zijn wijzelf ook constant in beweging via de Aarde die als onderdeel van een stelsel door de ruimte reist als gevolg van de oerknal. Het is mogelijk dat rondom sommige objecten ver in de ruimte meer negatieve energie aanwezig is dan normaal (of gecomprimeerd), zodat de snelheden van die ronddraaiende objecten hoger kunnen zijn dan verwacht. De wet van behoud van energie zegt dat er geen energie verloren kan gaan, en dat blijkt ook uit deze redenering. Als er energie verloren zou gaan, zou de hoeveelheid positieve en negatieve energie niet meer niets zijn samen opgeteld. Het klopt wel als er eenzelfde hoeveelheid positieve en negatieve energie zou verdwijnen. Als het heelal uit zou breiden, dus er komt ruimte bij en dus negatieve energie, lijkt het mij dat er ergens positieve energie bijkomt (mogelijk uit de oerknal en uit het zicht). Ook denk ik dat positieve energie enkel in deeltjesvorm bestaat, dus deeltjes zijn puur positieve energie, alles wat positieve energie kost is altijd een uitwisseling van deeltjes. Neemt de positieve energie van een object toe terwijl het aantal deeltjes gelijk blijft, bijv. een object wat met grote snelheid door de ruimte reist, dan neemt de positieve energie van die deeltjes toe. Bij licht schijnt dit anders te zijn. Licht bestaat uit deeltjes fotonen genoemd, en hebben altijd eenzelfde positieve energie, laat men de energie van een lichtgolf toenemen op de een of andere manier, dan neemt het aantal deeltjes ofwel fotonen toe, dus de energie per foton blijft altijd hetzelfde. Maar als licht ontstaat op een bewegend object, zal de energie van een foton iets hoger zijn dan als dat object stilstaat. Dit maakt later duidelijk waarom de lichtsnelheid constant blijft maar de tijd trager verloopt (ofwel duur neemt toe). Maar het is wel zo dat de energie van fotonen (lichtdeeltjes dus) iets verschillen als de frequentie van licht anders is (zie later).
  • Volgens mij is zwaartekracht het fenomeen dat een object positieve energie tijdelijk verleent aan een ander object om het aan te trekken. Want tijdens de afgelegde route neemt de snelheid van het aantrekkende object toe waardoor zijn positieve energie toeneemt, eenmaal op het oppervlak van het object die de positieve energie verleende, wordt de verleende positieve energie weer teruggegeven. Een object dat met een bepaalde snelheid in een baan om de Aarde beweegt verkeert in een evenwichtssituatie, waarbij het microscopisch gezien steeds een stukje positieve energie teruggeeft aan de Aarde en weer eenzelfde stukje positieve energie verleend wordt door de Aarde. Zo kun je dit ook beredeneren voor planeten rond de Zon, de Maan rond de Aarde etc. Gewichtsloosheid in een ruimtevaartuig bijv. ontstaat doordat de maximale positieve energie door de zwaartekracht al aan je verleend is, als je vanuit die situatie gaat / kunt bewegen ondervind je geen (extra) zwaartekracht meer en kun je met geringe positieve energie bewegen.
  • Over het concept tijd (duur) wordt vaak raadselachtig gedaan zoals teruggaan in de tijd (enkel science fiction) etc., maar tijd (duur) is niets bijzonders, het is de tegenwerking van de negatieve energie in de ruimte die alle objecten en licht ondervinden bij beweging (een soort wrijving maar zonder energieverlies). Met tijd (duur) meet men beweging. Voor beweging heeft men ruimte nodig, dus tijd (duur) en ruimte zijn daardoor verweven met elkaar. M.b.v. tijd (duur) vergelijken we in feite een standaard beweging met de te meten beweging. De standaard beweging is afgeleid van een dag duur, tussen van middernacht naar middernacht, uiteindelijk is dit vastgelegd in een of ander mechaniek of zelfs in een atoomklok, een bepaalde standaard beweging komt overeen met 1 seconde, of 1 minuut of 1 uur etc. Als we de tijd (duur) dus gaan meten van een willekeurige beweging, dan kunnen we zeggen dat er een bepaald aantal meters wordt afgelegd in een bepaalde tijd (duur) bijv. 3 meter / seconde. In feite betekent dit dat er 3 meter is bewogen terwijl de Aarde een bepaald aantal meters heeft bewogen rondom zijn as (1 seconde), dus er zijn 2 bewegingen met elkaar vergeleken. Beweging van een object (positieve energie) in de ruimte ondervind tegenwerking van de negatieve energie, maar ook op Aarde, maar op Aarde ondervind een beweging ook nog eens wrijving door andere deeltjes (in tegenstelling van eenmalige benodigde positieve energie in de ruimte voor beweging, kost wrijving doorlopend positieve energie). Een klok is zodanig gemaakt dat het enkel gevoelig is voor de tegenwerking van de negatieve energie zoals in de ruimte, dus meet de tijd op Aarde net zoals in de ruimte, als het stormt op Aarde zal de klok daar geen last van hebben. Waarom kost beweging in de ruimte maar eenmalige positieve energie? Omdat de transparante deeltjes met negatieve energie geen positieve energie kunnen opnemen, ze hebben wel een afstotende werking.
  • Men ontdekte in de natuurkunde dat het meten van de lichtsnelheid, met een klok dus, steeds hetzelfde getal opleverde, of men nu niet in beweging was, of wel in beweging was met hoge snelheid tezamen met de meegenomen klok (hieronder bij gelijktijdigheid heb ik een voorbeeld gemaakt waarbij dit duidelijk in beeld wordt gebracht zodat dit minder moeilijk is om te begrijpen). Via Lorentz was dit het begin van de relativiteitstheorie van Einstein, het bleek dat de tijd langzamer ging (ofwel duur neemt toe) bij beweging (dus met meegenomen klok die dus ook in beweging is). Dus in beweging duurt het langer dat licht een weg van 300.000 km heeft afgelegd bijv. op een bewegend plateau (van 300.000 km lang) door de ruimte waarop men een lichtstraal laat ontstaan. Dit is niet zo moeilijk uit te leggen. Als een object sneller door de ruimte beweegt, kost dit eenmalig meer positieve energie door de tegenwerking van de negatieve energie (als je de wrijving wegdenkt, kun je dit vergelijken door langzaam of snel door water te lopen). Stel dat dit object een klok is, dan kost het eenmalig meer positieve energie voor die klok als object zijnde (het totaal van alle onderdelen), dus de gemiddelde energie van alle deeltjes neemt toe, daarom neemt de tegenwerking ook toe, als men licht zou laten ontstaan in deze klok dan is de energie van een lichtdeeltje (foton) iets verhoogd vergeleken met de klok in stilstand, dus licht krijgt ook meer tegenwerking, en licht bepaalt de tijd (duur), dus vergeleken met de klok in stilstand gaan alle bewegingen langzamer ofwel de klok loopt langzamer ofwel de tijd gaat langzamer (of duur neemt toe). Men zou met extra interne energie bewegingen sneller kunnen krijgen (dan functioneert het niet meer mechanisch als klok), maar men kan de energie intern van de fotonen niet verhogen dus de tijd (duur) verandert niet. Dus bijv. in een bewegende mens gaat ook alles langzamer, ook het ouderdomsproces, dus een mens zou ouder kunnen worden, dit geldt natuurlijk enkel voor hoge snelheden en daar is misschien ons lichaam niet op ingesteld, dus in de praktijk kan dit mogelijk niet. De vertragingsfactor voor tijd (of duur neemt toe) is afhankelijk van de snelheid van het object (kan een klok zijn) en de lichtsnelheid. Dus de lichtsnelheid is ook verweven met de tegenwerking ofwel de negatieve energie in de ruimte. Je kunt ook zeggen dat de lichtsnelheid de maximale snelheid is die mogelijk is door die tegenwerking ofwel negatieve energie. Dus met meer tegenwerking gaat licht ook langzamer binnen een bewegend object (wat een klok zou kunnen zijn, een trein, de Aarde etc.), want de tijd gaat langzamer (of duur neemt toe), de lokale lichtsnelheid blijft gelijk (maar in een langzamere tijd of langere duur). Dus de tegenwerking voor lichtdeeltjes (fotonen) door de negatieve energie is zodanig dat de lokale snelheid van die lichtdeeltjes (ofwel licht) altijd hetzelfde is (in elke tijd, snel of langzaam, of korte / lange duur). Dus de lichtsnelheid is een constante in de natuur die aangeeft dat de maximale te overbruggen afstand binnen een tijd (duur) altijd gelijk is. Die constante (ofwel tijd / duur) zit ingekapseld in de ruimte en wel in de transparante deeltjes met negatieve energie. Zo vond Einstein ook de beroemde formule e = m.c2, dus alle materie is een bepaalde hoeveelheid positieve energie volgens een vaste formule. Als die materie sneller beweegt (in de ruimte), kost dit meer positieve energie eenmalig, de massa (m) neemt daarom toe, dus de totale positieve energie blijft e = m.c2.
  • Dit bovenstaande ook nog eens extra verduidelijkt met energie. Als men een object (bijv. een raket) sneller laat bewegen in de ruimte kost dit extra energie, de energie van dat object neemt toe om de grotere tegenwerking te overwinnen. Dus de gemiddelde energie van alle deeltjes in dat object neemt toe om die grotere tegenwerking te overwinnen. Als men in dat object iets laat bewegen, bijv. een bal, dan heeft die bal al extra energie in zich van de tegenwerking van dat object (is verdeeld over alle delen van dat object, dus ook die bal). M.b.v. extra energie kan men die bal laten bewegen, maar door de grotere tegenwerking, gaat die beweging langzamer. Ook lichtdeeltjes gaan langzamer, want die fotonen hebben een iets hogere energie bij het laten ontstaan van licht, en dus meer tegenwerking, eigenlijk is de tegenwerking van lichtdeeltjes een combinatie van hun energie en frequentie van licht, dus de tijd gaat ook langzamer (of duur neemt toe). De tegenwerking van materie is groter dan van licht, dus de snelheid van de beweging van materie gaat altijd langzamer. Maar die extra energie voor die beweging bijv. van die bal is vergelijkbaar met als dat object stilstond. Omdat die bal langzamer gaat kost het ook minder energie in vergelijking dat het object stilstond. Dus als alles langzamer gaat in een object wat sneller beweegt, betekent dat niet dat men extra energie nodig heeft om te bewegen als toen het object stilstond. Bijv. op Aarde kan men snel of langzaam bewegen, dat kost meer of minder energie. In het voorbeeld hieronder over gelijktijdigheid, gaat een bepaalde beweging langzamer gelijktijdig bezien. Men zou die beweging best sneller kunnen laten gaan als je niet naar gelijktijdigheid kijkt, maar de beweging van licht krijgt men niet sneller, dus de tijd gaat altijd langzamer (of duur neemt toe).
  • Ik moet toch voor de nieuweling het een en ander nog beter uitleggen. Tijd (duur) bestaat op / rond een bewegend object, dat object kan bijv. de Aarde zijn (beweegt door de ruimte, de Aarde heeft onze tijd / duur), of een bewegende trein, of twee vliegen in een klap, een bewegende klok (die zijn eigen tijd / duur aanwijst). Dus als een object beweegt geef je de snelheid van dat object aan in je eigen tijd (zeg maar lokale tijd / duur), bijv. van een rijdende trein op Aarde, maar de tijd (duur) van rond / op die rijdende trein is weer een andere tijd die dus langzamer gaat volgens het bovenstaande (of langere duur). Ook bedoel ik hier met tijd niet hoe laat het is, maar het verloop van tijd (duur), dus gaat de klok sneller of langzamer tikken door de tegenwerking van de negatieve energie in de ruimte. De standaard beweging leek de rotatie van de Aarde te zijn, zo hebben we de tijd (duur) uitgedrukt in seconden. Maar omdat je die beweging verder of dichterbij de as van de Aarde kunt nemen, kun je die niet als de standaard beweging beschouwen ter vergelijking, dat moet een beweging zijn die altijd dezelfde afstand oplevert in 1 snelle of langzamere seconde, dus de standaard beweging is de beweging van licht in 1 seconde, snel of langzaam (korte / langere duur). In iedere situatie beweegt licht 300.000 km per (lokale) seconde, dus via het afgelegde pad van licht kun je ook de daarbij behorende tijd (duur) in (lokale) seconden berekenen (snel of langzaam, korte/ langere duur). Alle andere tijden van bewegingen van objecten moeten altijd overeen komen met welke afstand licht intussen zou kunnen hebben afgelegd, er bestaat maar 1 tijd (duur). Enkel een bewegend object (materie dus) kent een (lokale) tijd (duur) rond / op dat object, licht is geen materie maar kan enkel op een object worden opgewekt, licht bestaat niet zomaar uit zichzelf, dus de snelheid van licht (die altijd hetzelfde is) wordt altijd bepaald in de lokale tijd (duur) van het object waar het is ontstaan (bijv. een lamp, de Zon etc.).
  • Zo kun je gemakkelijk een formule afleiden dat de vertragingsfactor van tijd (√(1 - (v2 / c2)); later vind ik 1 - (v2 / c2)) letterlijk met de positieve energie aangroei van het object te maken heeft ((ek_new / et_old) = (½.m.v2 / m.c2) = -½.(1 - (v2 / c2)) + ½). Dus als een object sneller reist kost dit extra positieve energie, de verhouding tot zijn (oude) totale positieve energie, is de vertragingsfactor, dus tijd / duur (een meereizende klok) staat in relatie met de aangroei van positieve energie. Door de oerknal reist de Aarde met een bepaalde snelheid door de ruimte en daarbij hoort de tijd (duur) zoals we die kennen. Zou die Aarde met grotere snelheid door de ruimte reizen, dan zou onze tijd trager verlopen (of langere duur). Ook zwaartekracht heeft daarom invloed op tijd (duur), een klok in de ruimte loopt sneller dan op Aarde. Omdat de hoeveelheid gemiddelde positieve energie van die klok of ander object op Aarde groter is dan in de ruimte. Zelfs een hangende klok boven het aardoppervlak krijgt positieve energie verleend door de Aarde, dus de tijd loopt langzamer (of langere duur). De aangroei van positieve energie hoeft dus niet enkel door beweging te komen, elke aangroei van positieve energie beïnvloed de tijd (duur). Bijv. denk aan een lopend mannetje op de trein zodanig dat het mannetje stilstaat voor jou. De positieve energie van dat mannetje is door 2 bewegingen gegroeid, de trein en zijn lopen, daarom loopt zijn horloge langzamer dan die van jou ofschoon het lijkt dat beiden stilstaan.
  • Volgens mij geldt de tijdsvertraging (of langere duur) enkel voor een object waarbij er sprake is van positieve energie aangroei. Dus als A werkelijk beweegt vanuit B, dan gaat de tijd op A trager vanuit B beredeneert (of langere duur), maar andersom gaat de tijd vanuit A op B sneller (of kortere duur), want B beweegt niet echt vanuit A gezien. Dus in redeneringen moet men uitzoeken waar er positieve energie aangroei is. Men kan natuurlijk wel beiden in beweging zijn. Maar het is wel zo, dat zowel A als B niet kunnen waarnemen of een tijd (duur) bij de ander trager of sneller verloopt (als men het niet weet), men neemt gebeurtenissen bij de ander waar alsof ze in de eigen tijd (duur) plaatsvinden. Dat komt duidelijk tot uiting met het voorbeeld van een foton hieronder (maar geldt ook voor een bewegend object). Of het foton nu bij A of B is gelanceerd, beiden nemen dezelfde afgelegde weg waar alsof het foton bij hen zelf is gelanceerd, dus in hun eigen bijbehorende tijd (duur).
  • Uit de relativiteitstheorie volgt ook dat een waarnemer van een bewegend object, dat object smaller ziet, dat noemt men lengte contractie. Men beschouwt lengte contractie als iets visueels maar niet echt, dus het object wordt niet echt smaller. Dat komt door tegenspraken omdat men denkt (denk ik) dat hierboven zowel A als B de tijd zien vertragen (of langere duur) bij de ander en dat is volgens mij onjuist. Ik heb met tekeningen van een rijdende wagon aangetoond (documentatie is er niet meer) dat de relativiteitstheorie enkel kan kloppen als de vertragingsfactor en de lengte contractie (die echt is, ik noem die krimpingsfactor, een bewegende meetlat krimpt werkelijk in alle richtingen, of door positieve energie aangroei) het kwadraat zijn van de waarde thans bekend. Later heb ik dit zelfs kunnen afleiden uit een oude tekening (gedachte). Men neemt een bewegend object B en laat een lichtstraal reflecteren vanuit een stilstaand object A. Dan wordt de tijd (duur) van die lichtstraal heen (1 - (v / c)) korter gezien vanuit B, en terug langer (1 + (v / c)) gezien vanuit B. Men kan dan zeggen, per saldo wordt op B maar (1 - (v / c)).(1 + (v / c)) = 1 – (v2 / c2) lichtstraal waargenomen. Volgens mij krimpt daarom alle materie in een zwart gat tot deeltjes door de enorme positieve energie aangroei. Bij verhitting kan soms materie uitzetten of bij koude inkrimpen, ik denk dat dit lokale effecten zijn die erbovenop komen. Terugkomende op die documentatie, dit hield het volgende in. Als men een foton afvuurt onder een rijdende treinwagon, en een foton langs de rails maar ook onder die treinwagon, dan moeten beiden door een waarnemer langs de rails (of twee detectoren op het spoor) gelijktijdig in dezelfde locatie worden waargenomen, en die locatie onder de treinwagon ligt iets verder weg door de theorie van de lengte contractie, dit lijkt mij dus onmogelijk, vandaar dat ik aan inkrimping denk (zie later) waardoor die locaties wel gelijk worden.
  • Het moet nu duidelijk zijn wat nu precies tijd (duur) is, het is de tegenwerking die een standaard beweging (licht) ondervindt in de ruimte, de negatieve energie zoals ik denk. In een zwart gat is er 1 punt waarin de tijd 0 is, ofwel tijdloos is. Dat komt omdat er in dat punt geen beweging meer mogelijk is, de hoeveelheid positieve energie of deeltjes is oneindig groot, ook al zou dit een eindige hoeveelheid zijn, door dat punt oneindig dicht te naderen, wordt de positieve energie in dat punt oneindig groot. Bedenk dat het zwarte gat in zijn geheel ook in beweging is, maar in dat ene punt is geen beweging meer mogelijk dus kan er ook geen tijd (duur) bestaan. Dit is een toestand van tijdloosheid. Een andere toestand van tijdloosheid zoals ik denk is tussen deeltjes die verstrengeld zijn met elkaar. De informatie daartussen gaat oneindig snel ofwel onmiddellijk zodat er ook geen sprake is van tegenwerking. Ik heb zelfs het idee dat tijd (duur) enkel bestaat bij materie ofwel positieve energie. En dat wat de tegenwerking veroorzaakt, de negatieve energie dus, zelf ook tijdloos is, het reageert enkel op positieve energie.
  • Dat zou dus volgens mijn visie betekenen dat de ruimte ook tijdloos is, enkel de materie (of licht) in die ruimte ervaart tijd (duur). Ook denk ik dat tijd (duur) een emergente eigenschap is (zwaartekracht ook), het bestaat enkel op materieniveau (of lichtgolf niveau), dus de gemiddelde positieve energie per deeltje (voor een lichtgolf enkel 1 foton, licht bestaat uit trillende deeltjes die fotonen worden genoemd, het zijn energiepakketjes). Dus rond of in de materie heerst dezelfde tijd (duur), ook tussen deeltjes, maar op het niveau van een deeltje is de tijd ook 0 (tijdloos). Door deze emergente eigenschappen zou het dus mogelijk kunnen zijn dat alle deeltjes binnen de materie tijdloos met elkaar in verbinding staan via een of ander kanaaltje, zij geven onmiddellijk de informatie door aan de emergente eigenschappen. Met de vondst van verstrengelde deeltjes heeft men mogelijk ontdekt dat licht in staat is zo'n kanaaltje (van negatieve energie) te leggen. Licht heeft een belangrijke rol, het bestaat uit energiepakketjes, en is daarom ook binnen de materie belangrijk, het moet dus sneller zijn dan de materie.
  • Ik kan nu al het bovenstaande en gelijktijdigheid combineren in een duidelijk voorbeeld. Zie dit voorbeeld in figuur 1 en 2 hieronder. Licht kan in feite ook gebruikt worden als klok, want 300.000 km licht is altijd 1 seconde, ook als de tijd langzamer gaat (of langere duur). Als een object bijv. van ons af beweegt, zodat dus de tijd daar langzamer gaat (of langere duur), wordt gelijktijdigheid ofwel hetzelfde moment bij ons, bepaald door de omgerekende snellere tijd (of kortere duur) maar ook door de afstand tot ons, want licht moet ook die afstand overbruggen en dat kost ook tijd (duur). Als bijv. 2 personen stilstaan t.o.v. elkaar, dan zijn gebeurtenissen gelijktijdig voor hen, de klok wijst bij beiden dezelfde tijd aan. Als die 2 personen in een rijdende trein zitten, idem, de langzamer lopende klok wijst bij beiden dezelfde tijd aan. Maar gelijktijdigheid bij bewegingen, bijv. tussen de stilstaande persoon en een persoon in een rijdende trein, ligt anders. Hoe verder die persoon naar voren zit in die trein hoe langer het duurt dat deze gelijktijdig is met die stilstaande persoon. De Lorentz transformatie is een formule waarbij tussen iedere locatie en tijd bij ons, een locatie en tijd op dat andere object kan worden bepaald zodat die gelijktijdig zijn, met een klok aan beide kanten kan men dus geen gelijktijdigheid berekenen, afstand speelt dus ook een grote rol. Mijn eigen voorbeeld nu. Stel dat een rijdende treinwagon een snelheid heeft van v = ½c en dat men in die treinwagon (helemaal links vanaf de wand) een lichtstraal laat ontstaan, een waarnemer A met die treinwagon meereist en de lichtsnelheid meet in een tragere tijd (of langere duur). Als men als waarnemer B langs de rails ook die lichtstraal meet, dus in een snellere tijd (of kortere duur), moet deze ook dezelfde snelheid meten in zijn snellere tijd (of kortere duur). Met de Lorentz transformatie vindt men dan dat waarnemer B bijv. de lichtstraal na 1,5 seconde op een afstand van 1,5c meet, de lichtsnelheid dus, de treinwagon heeft na 1,5 seconde 0,75c in afstand afgelegd, binnen de treinwagon heeft de lichtstraal 0,866c afgelegd in 0,866 seconde, dus ook de lichtsnelheid, de vertragingsfactor is 0,866, omgerekend in de snellere seconde van waarnemer B zou dit 1 seconde zijn. Dus enkel door de klokken te vergelijken zou dit niet voldoende zijn, in de treinwagon is pas 1 snelle seconde verstreken (of 0,866 langzamere seconde) en buiten de treinwagon 1,5 snellere seconde. Het begin van de lichtstraal wordt door waarnemer B op 1,5c gezien, de totale afgelegde afstand zou voor waarnemer B op 0,75c + 0,866c = 1,616c moeten zijn, maar omdat waarnemer B lengte contractie ziet, ziet deze de lichtstraal toch op 1,5c. Deze momenten zijn voor zowel waarnemer A als B gelijktijdig. Ik had aangetoond met tekeningen (eigen theorie dus) dat het enkel kan kloppen, als materie krimpt in alle richtingen en de huidige tijdvertragingsfactor in het kwadraat neemt (die tevens de krimpingsfactor is), men moet dus alle getallen met de Lorentz transformatie berekenen en nogmaals met de huidige vertragingsfactor vermenigvuldigen. Waarom komt men daar wiskundig niet uit, omdat volgens mij de eenheden krimpen en dat kan dus niet uit de formules rollen, want is daarnaast een bijkomend feit. Dus de tijdseenheid krimpt (of langere duur), en de lengte eenheid krimpt, dus de treinwagon en een meegenomen meetlat en licht krimpen in alle richtingen. Er is dus geen lengte contractie meer, maar een inkrimping in alle richtingen, daarom zien waarnemer A en B beiden het begin van de lichtstraal op 1,5c omgerekend, voor waarnemer A zijn de getallen nog steeds juist zoals deze die meet maar heeft geen weet van krimpende eenheden. Denk niet dat 0,75 steeds de helft is, bijv. wanneer de snelheid van de treinwagon 0,25c is zijn de getallen duidelijk anders. Zo kun je ook andersom een lichtstraal in de treinwagon laten ontstaan, dus van rechts naar links. Ook die gaat in dezelfde tijd (duur). Je kunt berekenen dat dan de momenten van gelijktijdigheid voor waarnemer B op 1c en 0,5c zijn, dit is iets moeilijker voor te stellen (door verschillende richtingen) maar klopt rekenkundig wel. Vooraan in de treinwagon zijn de punten van gelijktijdigheid anders, maar nog steeds is 1 snelle seconde verstreken in de treinwagon. Bijv. vooraan is na 0,866 seconde gelijktijdigheid met 1 snelle seconde op een afstand van 0,5c langs de rails. Zie figuur 2 hieronder, later toon ik met figuur 1 nog wat anders aan. In dat andere punt was pas gelijktijdigheid na 1.5 snelle seconde. Nog een kort voorbeeld, maar nu van een object. Als waarnemer B een bal zou laten bewegen met een snelheid van 0.75c langs de spoorlijn, dan zou waarnemer A deze waarnemen met een snelheid van 0.4c. Maar ook als waarnemer A een bal zou laten bewegen in de treinwagon met snelheid 0.4c, zou waarnemer B deze waarnemen met een snelheid van 0.75c, dus net andersom. Dan zou je kunnen denken, als waarnemer A de bal niet zelf laat bewegen maar neemt de bal van B hetzelfde waar, is de verklaring dan wel echt tegenwerking, want er beweegt geen bal bij A? Dan komt het begrip duur om de hoek kijken, de duur behorende bij zijn langzame seconde (300.000km licht) is groter dan de kleinere duur bij B, dus A kan in zijn duur meer waarnemen van B maar niet meer dan dat, het lijkt alsof de beelden van B opeengepakt overkomen.
  • Kun je nu achteraf concluderen dat er 1 tijd (duur) in de natuur bestaat waarmee alle gebeurtenissen in het heelal in chronologische volgorde zijn vast te leggen? Jawel ik ben geneigd te zeggen dat er een universele tijd (duur) bestaat, maar die weten we niet. We kunnen enkel vanuit onze eigen (lokale) tijd (duur) op Aarde, alle gebeurtenissen om ons heen vastleggen in onze eigen tijd (duur), relatief dus. Zo ook eventueel vanaf andere planeten met andere snelheden door de ruimte, omrekeningen zullen moeilijk zijn om gelijktijdigheid vast te leggen ofwel onmogelijk vanwege het ontbreken van alle feiten. Maar tijden zijn enkel afwijkend als de snelheidsverschillen tussen objecten (bijv. planeten) erg groot zijn, en dat valt wel mee volgens mij, dus de tijd (duur) loopt grofweg gelijk zeg maar. Enkel daar waar de energiedichtheid groot is zoals in een zwart gat etc. zal dit anders zijn. Als ik mijn eigen voorbeeld zie met waarnemer A en B, zie ik dat het foton (begin lichtstraal) in feite ruimtelijk dezelfde weg heeft afgelegd voor beiden, maar waarnemer A ervaart dit niet zo. Dus er is maar 1 afgelegde weg van het foton, en dat is 1,5c. Stel dat er bij het begin van de oerknal een eerste lichtstraal is ontstaan, hier hoort ook een bepaalde tijd (duur) bij, en de lengte van deze lichtstraal is om te rekenen naar deze universele tijd (duur). Op deze manier kan men elke gebeurtenis in het heelal in deze universele tijd (duur) vastleggen. Tijd (duur) is ingekapseld in de ruimte. Maar het heeft wel enkel betekenis sinds het begin van de oerknal!
  • Eerst legde we de duur van een hele dag vast in een mechanische klok en noemde we dat tijd (duur). Later in een atoomklok die dus nog preciezer was. We ontdekten dat in onze eenheid 1 seconde het licht een bepaalde weg aflegde (300.000km). We ontdekte dat als we dit in beweging opnieuw testte, de klok was dus ook in beweging, de klok langzamer liep maar dat bij precies 1 hele langzamere seconde, het licht weer dezelfde weg had afgelegd (dus weer 300.000km). Dus we leerden dat de tegenwerking voor alle soort bewegingen (bijv. in een klok) net als licht, hetzelfde is rond / op een object, al die bewegingen hebben positieve energie als gemeenschappelijke factor. Dus licht is ook als een klok te gebruiken. We leerden ook dat een sliert licht ruimtelijk gezien voor diverse waarnemers in beweging, dezelfde weg aflegt maar gelijktijdig korter wordt waargenomen omdat de (lokale) tijd langzamer gaat (ofwel door meer tegenwerking van de negatieve energie in de ruimte). Dus via een omweg is tijd (duur) eigenlijk de weg die een hoeveelheid licht in de ruimte gelijktijdig heeft afgelegd (of in een lichtklok).
  • Verder nog enige zaken toelichten die nog in mijn geheugen zitten. Ik denk dus dat positieve energieën elkaar aantrekken, zo kan licht ook worden afgebogen bij de zon, omdat enkel zoveel positieve energie vat heeft op lichtdeeltjes. Zo zou dat licht tijdens het afbuigen moeten oplichten omdat het tijdelijk extra positieve energie wordt verleend. Zwaartekrachtgolven zijn ontsnapte positieve energieën, die bij langskomen tijdelijk de positieve energie van materie kunnen verhogen, waardoor de tijd even trager wordt en de materie krimpt. Bij experimenten waarbij de temperatuur de 0 graden Kelvin nadert, ziet men soms eenzelfde deeltje op meerdere plaatsen tegelijkertijd, ook dit heeft volgens mij met tijdloosheid te maken. Men denkt dat er kwanta (kleinste hoeveelheden) bestaan in de natuur, zoals een foton van licht het kleinste positieve energiepakketje is. Zo denkt men ook bij bewegingen dat er kleinste afstanden bestaan. Dit betekent dan, dat een object van locatie naar locatie beweegt en dus geen continue beweging. Het blijft afhankelijk van snelheid even in een locatie liggen en dan volgens mijn eigen gedachte tijdloos naar een volgende locatie. Zo'n locatie zou een transparant deeltje van negatieve energie kunnen zijn. Zo denk ik ook (redenering vergeten) dat als men een object met een raket zou kunnen afremmen in de richting van de oerknal, dus de omgekeerde richting, men uiteindelijk een foton (lichtdeeltje) overhoudt, alle overige positieve energie wordt onderweg omgezet op de een of andere manier.
  • Door alle zaken hierboven nu te hebben uitgelegd, ga ik volledigheidshalve nog een paar punten verduidelijken. 1) Als men in de treinwagon in mijn voorbeeld hierboven helemaal links een verticale lichtstraal laat ontstaan, dan krijgt men de beruchte driehoek waaruit Lorentz eenvoudig de tijdsvertragingsfactor kon berekenen zonder idee te hebben wat dit betekende, dat deed Einstein. Zie figuur 1 hieronder. In horizontale richting beredeneerde ik mijn inkrimpingsfactor, daardoor zagen waarnemer A en B een foton op dezelfde locatie. Dat moet verticaal dan ook kloppend worden gemaakt. Alle eenheden in en rond de treinwagon krimpen zowel tijd (duur) als lengte eenheden. Volgens mij heb ik mogelijk iets kunnen bedenken (na lange tijd) hoe verticale inkrimping ook bereikt kan worden (de formules kloppen in ieder geval). Als men de beruchte driehoek in figuur 1 laat krimpen met de huidige vertragingsfactor, valt 0,75 seconde nog steeds samen met 0,5c en 1 snelle seconde langs de rails. Dit herhaalt men nogmaals met een kleinere driehoek op 0.5c, op de helft van de schuine zijde dus. Dan ziet men de rode gekrompen driehoeken. Hierbij valt op dat ze steeds iets later dan de oorsprong beginnen, dit is schijnbaar een soort vertraging om gelijktijdigheid in de verticale richting te bereiken (compensatie voor horizontale inkrimping). Waarnemer B ziet het foton volgens de zwarte lijn die de vertraagde tijd volgt in verticale richting. De totale lengte van deze lijn is bij 0,75 seconde, slechts 0,90c, terwijl de gelijktijdigheid samenvalt met de 1 seconde in horizontale richting zoals het hoort. Dat komt door die extra vertragingen, zodat het foton op de zwarte lijn een kleinere weg heeft afgelegd, maar de lokale snelheid is nog steeds de lichtsnelheid. In de natuur is alles mogelijk zonder het echt te begrijpen. De formules voor de Lorentz transformatie met inkrimping worden dan : wijzig in de t en x transformaties γ door γ2, en wijzig in de inverse formules voor t' en x', γ in 1 (dus laat γ weg). Ik vind de volgende uitleg voor dit voorbeeld toch de beste voorlopig om deze korte weg van 0,90c te verklaren. Voor verticale bewegingen kost het hier 0,1 seconde om de horizontale inkrimping te compenseren (dit gaat in stapjes met de rode driehoeken, een of andere integraal zal op 0,1 seconde uitkomen denk ik). Daardoor is de zwarte lijn maar 0,90c, met metingen voor de lichtsnelheid moet men rekening houden met het verlies van 0,1 seconde (in dit geval, in feite is deze toch 1c lang maar gedeeltelijk zichtbaar, het beginstuk wordt niet getoond). Zoals al eerder opgemerkt, het maakt niet uit wie iets daadwerkelijk laat bewegen, de ander ziet het zodanig met gelijktijdigheid alsof deze zelf iets laat bewegen. Dus als waarnemer B een foton over de zwarte lijn laat bewegen, dan ziet deze de foton na 1 seconde op het zwarte kruisje in figuur 1. Waarnemer A ziet deze foton als volgt. Als waarnemer A een foton verticaal laat bewegen dan wordt er gelijktijdigheid bereikt voor beide waarnemers op 0,90c en 0,75c, door het verlies van 0,1 seconde zal waarnemer B het beginstuk niet te zien krijgen. Zoals al eerder opgemerkt is tijd de lengte van het afgelegde pad van licht, dus die 0.90c lichtsliert zal door waarnemer B altijd als 0,90 seconden worden gezien. Deze transformatie is nu een mogelijkheid geworden, er zullen waarschijnlijk best nog wel varianten gevonden worden. Op dit moment past de relativiteitstheorie nog niet compleet in de kwantum mechanica. De snelheden moeten ook wel erg groot zijn, wil men dit alles goed kunnen testen. Misschien wordt dit in de toekomst vanaf de maan mogelijk door lichtgewicht robotjes met flinke snelheden (dichtbij de lichtsnelheid) door de ruimte te laten bewegen. 2) Waarnemer A ziet bewegingen bij waarnemer B hetzelfde als zouden deze plaatsvinden in de treinwagon door het feit van de tijdsvertraging (of langere duur) en inkrimping van tijd (duur) en lengte eenheden, deze waarnemingen zijn dan puur visueel, bijv. een bewegende meetlat bij waarnemer B, grijpt waarnemer A die meetlat uit de lucht, dan krimpt die werkelijk. 3) De relativiteitstheorie steunt op het feit dat de lichtsnelheid steeds hetzelfde wordt gemeten tijdens beweging. Maar als je uitgaat van het feit dat iedereen in beweging een foton ruimtelijk op dezelfde locatie ziet, zou je daaruit ook kunnen laten volgen dat de tijd langzamer verloopt (of duur langer). 4) Dat iedereen in beweging de lichtsnelheid hetzelfde meet in een snelle of langzame seconde, geldt enkel zolang alles in beweging blijft, stilstand t.o.v. de oerknal is niet mogelijk. Bij de eerste lichtstraal van de oerknal behoorde een bepaalde universele tijd (duur) maar deze weten we niet. We weten deze wel van onze Aarde en gebruiken die om alle gebeurtenissen relatief vast te leggen. 5) Als iets echt beweegt gaat de tijd echt trager en vindt er echte inkrimping plaats, of bij verhoogde energie. Een echte beweging is beweging vergeleken met de oerknal. Als een zwaartekrachtgolf tijdelijk materie laat inkrimpen door tijdelijke verhoogde energie (en de lokale tijd tijdelijk laat vertragen) is dat ook een echte inkrimping. Waarnemers in beweging zien deze inkrimpingen of tijdsvertragingen iets anders, maar dat is puur visueel, de getallen zijn hetzelfde zoals dat bij echte bewegingen zouden zijn, dus wat wordt waargenomen ook echt beweegt. Daarom zijn die waargenomen energieën ook puur visueel, enkel bij de echte bewegingen is de energie werkelijk. 6) Dus in mijn voorbeeld loopt de tijd trager in de treinwagon, buiten de treinwagon is het 1 seconde en in de treinwagon 0,75 seconde (met inkrimping, zonder 0,866 seconde)). Dus als jouw klok buiten de treinwagon 1 seconde aanwijst, wijst de klok in de treinwagon 0,75 seconde aan. Maar dit is toch wat anders dan gelijktijdigheid. Bij bewegingen van object C en D, is ieder punt van C gelijktijdig met exact een punt in D, en al die punten zijn verschillend. Op de objecten C en D zelf, zijn alle punten gelijktijdig, in elk punt loopt de klok gelijk (het ritme van de klok). Als je tussen die punten licht laat reflecteren dan is de tijd die dat kost heen exact gelijk aan de tijd terug. In beweging zijn die tijden niet meer gelijk omdat de afgelegde paden van licht korter of langer zijn heen en terug. 7) Mijn redeneringen over inkrimping druisen niet in tegen lengte contractie omdat lengte contractie nog nooit in de praktijk is aangetoond (ook wel moeilijk met die hoge snelheden of toegenomen energie, tijdsvertraging is wel aangetoond)! Inkrimping is wel aangetoond met zwaartekrachtgolven door tijdelijk toegenomen energie. 8) Misschien kan ik mij de extra vertraging in gelijktijdigheid verticaal wel voorstellen zoals ik andere zaken ook uitleg. In horizontale richting, in de richting van de beweging dus, heeft de tegenwerking meteen effect, omdat je die met energietoename afdwingt. Als je loodrecht op de richting van beweging iets laat bewegen zoals licht, ondervind je zijwaartse tegenwerking onder hoge horizontale snelheid, ik kan me voorstellen dat die tegenwerking niet onmiddellijk het totale effect heeft.

3.
Een andere gedachte over ons bestaan

Eigenlijk is een nieuwe gedachte de echte reden dat ik beide websites toch nog tot leven heb gebracht, om deze gedachte te ventileren onder belangstellenden, je kunt niet alles bewijzen maar het kan inspiraties geven voor nieuwe gedachten.

Als jongetje wandelde ik vroeger vaak over de heide, dacht toen al veel na over alles (zal wel in de genen zijn opgeslagen, want mijn vader deed dat ook, die voorspelde al het milieuprobleem in de jaren 70), en dacht toen al vaak is alles wel echt om mij heen of denken we dat.

Een ding is wel duidelijk, wij weten van niets of nagenoeg weinig, wij hebben geen idee van ons eigen bestaan. En de dingen die we wel weten, dat heeft 6 miljoen jaar geduurd, dus snel is dat niet gegaan en het resultaat is nog niet geweldig als we zien hoe we op de dag van vandaag met elkaar omgaan in de wereld, en dat na 6 miljoen jaar. Een ongelofelijke lange tijd.

Maar ja, of alles nu echt is of niet, eigenlijk maakt het niets uit, het gaat erom hoe we dit ervaren, en dat is in beide gevallen hetzelfde.

Toch de laatste 10 jaar is mij wel duidelijk geworden dat energie een ongrijpbaar iets is, eigenlijk fictief, ons hele bestaan valt of staat met energie, neem je die energie in 1 keer weg, dan is ons hele bestaan in 1 flits verdwenen.

Dus energie is als het ware een wiskundige variabele die ons hele bestaan bezien in een wiskundig model mogelijk maakt.

In een wiskundig model is alles mogelijk zolang het wiskundig maar klopt, dus begrippen als tijdloosheid, deeltjes, lichtgolven, krachten, oerknal, vierde dimensie, parallelle werelden etc. Er valt niets echt te begrijpen, het is gewoon puur wiskunde. Wanneer denk je iets te begrijpen, als het lijkt op iets wat je al kent, maar in feite begrijp je dat ook niet echt.

Dat geeft mij de gedachte dat dit wiskundige model in feite de oerknal is, het is uit het niets ontstaan en het bevat wiskundige deelmodellen in de vorm van deeltjes, de positieve energie, en transparante deeltjes, de negatieve energie, de eerste gepresenteerd als materie en licht, en de tweede als ruimte. Dit is de basis geweest waaruit alles is geëvolueerd.

Wij mensen zijn daarin ook ontstaan, als wiskundige deelmodellen uit dit evolutieproces. Of dit is aangestuurd van buitenaf, is een discussie onder ons.

Maar het verschil tussen echt en niet echt, daarmee bedoel ik dan, dat we in ons drie dimensionale deelmodel die wij ervaren, in iedere locatie iets ontstaan is, een boom, plant, steen, rest van dinosaurus, lichtgolf, of enkel ruimte etc. maar zuiver wiskundig, door de natuurwetten zoals zien, krachten etc. die ook zuiver wiskundig zijn, nemen we die zaken waar, maar in feite bestaan ze niet zoals wij denken over alles om ons heen, we zien bijv. een steen zweven in het heelal, maar bestaat enkel wiskundig. En wat is bijv. de hardheid van materie? Door de wiskundige samenstelling van de wiskundige deeltjesmodellen en mogelijk nog aanvullende wiskunde, is het niet transparant en voelt het dus hard aan, zo ook dus als we op de aarde staan etc. Natuurkunde is pure wiskunde, en alleen met wiskunde proberen we alles te verklaren. Dus natuurkunde is enkel het zoeken naar de wiskunde. Bijv. met de gevonden wiskunde, zijn we golven op het spoor gekomen en hebben we tv, draadloze communicatie etc.

Op die manier is de oerknal ook logischer voor te stellen, het is niet zoiets als grote hoeveelheden kant en klaar materiaal (of in gasvorm) wat uit het niets is gekomen. Met deze laatste voorstelling moet het eeuwig bestaan hebben, bijv. uit een zwart gat opnieuw gerecycled, maar die redenering is te simpel en nog veel onlogischer (denk ik), alles moet wel een zekere reden hebben.

Dus ja, ik vind dat er toch iets moet bestaan omdat het zo gigantisch slim in elkaar zit, maar natuurlijk heb je er totaal geen weet van wat dat zou moeten zijn, en de zin ervan.

Voor mij zal de dood spannend zijn, ik ben er niet bang voor (wel pijnloos graag), wat is de volgende fase van dit grote mysterie (hopelijk behoort achterlijkheid daar tot het verleden)?

4.
Een analyse van de kwantummechanica

Bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus ik ga toch mijn analyse afmaken van de kwantummechanica, het is te interessant i.v.m. het begrip tijdloosheid!

inkrimping verticaal

Figuur 1 (behorende bij voorbeeld van gelijktijdigheid hierboven, en inkrimping verticaal, dus loodrecht op de bewegingsrichting)



inkrimping horizontaal

Figuur 2 (behorende bij voorbeeld van gelijktijdigheid hierboven, en inkrimping horizontaal, dus in de bewegingsrichting)



Hertje (Zweden)